Massaal over een Massagraf

Geplaatst door

Beating the Bridges Together, medio december in Rotterdam, vormde voor ondergetekende de misselijke afsluiting van een bewogen en buitengewoon bevredigend hardloopjaar. 2016 was immers het Jaar van de Eerste Marathon, en in het kielzog daarvan vijf Halve Marathons, vier 15km-lopen, één 16.1km-loop en twee 10km-lopen. In totaal 13 stuks hardloopfestijn dus die mij alle bijzonder veel plezier en sportief succes hebben verschaft – zo valt ook in mijn kletsverhaaltjes erover te lezen. Maar datzelfde geldt voor de 1000+ trainingskilometers die in het afgelopen jaar zijn afgelegd.
Van mij krijgt U geen uitgebreid jaaroverzicht, maar meer een subtiele verwijzing naar wat in het afgelopen jaar daarover in mijn blog is opgetekend. Voor wie het nog niet allemaal gelezen heeft (jaja zij bestaan echt): er staan 14 min of meer smakelijke verhaaltjes over 2016 opgetekend waarin – variërend van een beetje bombastisch tot overdreven bombastisch – de hardloopavontuurtjes onder woorden zijn gebracht.

Voor 2017 was (en is) er eigenlijk geen nog specifiek doel, geen stip aan de horizon. Weliswaar had ik mij reeds vroegtijdig ingeschreven voor de Halve van Egmond, de 30km Groet uit Schoorl Run (februari) en de 21.1km City-Pieâh-Cityloop (maart), maar eigenlijk zijn dat allemaal losse flodders zonder enige strategie en opbouw. Domweg aangemeld zonder beleid.

Het heeft denk ik te maken met de vorig jaar door mij doorgemaakte evolutie richting de hele marathon. Zoals ik in mei in mijn relaas over het taperen al schreef: vroeger was de halve marathon iets waar ik nauwkeurig en zorgvuldig naar toe trainde. Maar in de opbouw naar de hele marathon werd de halve marathonafstand een soort commodity: een afstand die ik wekelijks liep, of dat nou een training of een wedstrijdloop was. Iets daarvan is in het post-marathontijdperk, dat inmiddels alweer 8 maanden bestrijkt, blijven hangen. Een halve marathon was niets bijzonders meer, iets waar je je zomaar voor kon inschrijven en waarvoor je nauwelijks nog extra hoefde te trainen. Klinkt behoorlijk blasé van mijn kant, ik hoor het U denken – en U heeft natuurlijk groot gelijk.

Tijdens de Halve van Amsterdam in oktober kwam ik er nog mee weg. Maar uiteraard zou zich toch vroeg of laat een moment gaan aandienen dat Hoogmoed voor de Val zou komen. Dit, beste lezer, is gisteren gebeurd. Gelukkig niet op een al te heftige manier, maar wel één die niets aan duidelijkheid te wensen overlaat.

Hoogmoed komt……

Voor dag en dauw was ik gisteren al vanuit Gouda richting mijn geboorteprovincie vertrokken. De reis zou mij helemaal via Utrecht en Heiloo tot in Egmond brengen – en ik vond derhalve dat er de nodige slack (Russisch voor tijdbuffer) ingebouwd moest worden. Op de fatale combinatie NS/ProRail kun je immers nooit voor de volle 100% vertrouwen, om maar te zwijgen over de pendelbussen die tot taak hadden ons vanuit Heiloo naar Egmond te vervoeren. Dat laatste werd overigens op de terugweg na de loop pijnlijk duidelijk: de volgepropte bus waarin ik stond/hing ging halverwege kapot en iedereen moest er uiteindelijk uit en nog 1.5 kilometer richting station strompelen.

De virtuele evenknie van Peter Kuipers Munneke, ook wel weeronline.nl genaamd, had het de afgelopen dagen al aangekondigd: het zou in Egmond met 7 graden niet al te koud zijn, het zou hoogstwaarschijnlijk droog doch bewolkt blijven en er zou een zwak windje staan die gedurende de dag van Noordwest naar Zuidwest zou krimpen. Ideale omstandigheden voor een halve marathon over strand en door duin; en wat een enorm verschil met vorig jaar waarbij de omstandigheden guur en stormachtig waren.

Na een voorspoedige reis was ik vrij vroeg bij de plaatselijke sporthal (De Watertoren) beland waar het atletenvolk zich op deze grauwe januaridag verzamelde. De tijd doodde ik mediterend op een uiterst comfortabel stoeltje dat ik na een korte doch felle strijd had bemachtigd. Af en toe was er een keuvelpraatje met deze of gene over onze zo geliefde hardloopsport in het algemeen, en de op handen zijnde Beproeving van Egmond in het bijzonder. De doping werd – na zorgvuldig versneden te zijn – vergezeld van een paar ferme slokken water ingebracht. Het trainingskostuum werd in de sporttas gefrommeld, het Komojasje werd om het ranke adonissenlijf getrokken, en snel werden nog twee zoute dropjes in het achterzakje van de lange tights gestopt. Onze Goudse Tobatleet was er weer he-le-maal klaar voor.

Sporthal De Watertoren

Het vervelende van Sporthal De Watertoren is dat men het op anderhalve kilometer van mijn startvak heeft gebouwd. Die afstand moest door ondergetekende dus nog wel even worden afgelegd vooraleer het festijn kon beginnen. Het was inmiddels zo achterlijk druk geworden dat zelfs indribbelen/warming-uppen over de Doctor Wiardi Beckmanlaan een welhaast onmogelijk uit te voeren activiteit bleek. Jammer maar helaas. Overigens: Doctor Wiardi Beckman was een geleerde die vernoemd is naar een stichting die een brug tracht te slaan tussen wetenschap en sociaaldemocratie. Maar dat terzijde.

Om klokslag twee voor half één op deze Middag des Heeren wandelde ik op de Boulevard Noord het mij toegewezen Bruine Startvak in. Hier deed ik wat dynamische warming-up oefeningetjes om de hardloopspiertjes wedstrijdgereed te maken, en keek ik eens goed om mij heen naar al die prachtige atleten en atletes met wie ik de aankomende twee uren zou vertoeven en met wie ik de degens zou gaan kruisen. Tijdens een kort maar hevig opluchtend bezoek aan één van de kruiskopdixies overzag ik de Noordzee en ontwaarde ik een immens windmolenpark zo’n 10 tot 20 kilometer buitengaats. Die had ik daar niet eerder gezien. Het is vast een kwestie van wennen natuurlijk – zo was het met de electriciteitsmasten in het landschap destijds ongetwijfeld ook – maar de aanblik van zoveel lelijks trof mij op deze grijze middag best wel onaangenaam. Maar enfin, altijd nog beter dan een kerncentralepark zullen we maar zeggen.

Om klokslag zes voor één klonk voor de dappere lopers het startschot en begon de voor mij tweede uitgave van de Halve van Egmond. Na een zevenhonderdtal meters over de boulevard – en om de vuurtoren heen – werd het peloton het strand op gestuurd, aangemoedigd door een massaal toegestroomd en hartstochtelijk juichend publiek. Buitengewoon prettig en goed voor de moraal natuurlijk, maar ik wist dat het mij vandaag niet veel zou gaan helpen. Soms weet je al aan het begin dat het niet jouw loop gaat worden. Dat voel je aan – en zo was dat nu ook. Enfin, even slikken en dan maar het beste ervan maken.

Na bijna een kilometer ploegen op het behoorlijk mulle zand ontrolde zich voor mijn ogen – en vast ook die van ruim 17.000 anderen – een indrukwekkend en bizar schouwspel. Een werkelijk ongekende hoeveelheid zeesterren lag daar vreselijk dood te wezen op het strand waarover de hardlopers zich een weg moesten banen. Het lag er werkelijk bezaaid mee, soms zelfs hele bergen opgestapelde kadavers. Somtijds blokkeerden ze de hele doorgang voor de lopers – er was immers een niet al te breed spoor van minder mul zand vlak bij de waterlijn, en daar lagen nou juist wijlen al die zeesterren. Het moeten er enige tienduizenden zijn geweest, en dat alleen al op het stuk tussen Egmond en Castricum.

RIP tienduizenden van jouw soort

Soms voelde het zacht en glad aan als je er door- en overheen liep – en op andere momenten weer hard en haast krokant. Deze enorme variatie in vertrap-belevingen was natuurlijk niet bevorderlijk voor de toch al zo barre tocht over het mulle zand tussen Egmond en Castricum. Bovendien was na 5 kilometer een drankpost geplaatst zowat tegen het duin op, waardoor je een behoorlijk eind door het nóg mullere zand moest stampen om er alleen al te geraken. Ik had echter op dat moment al zoveel extra doping nodig dat ik dit afgiftepunt niet links kon laten liggen.

Behoorlijk aangedaan door de ontberingen ploegde ik na 7.5 kilometer het duin op bij Castricum. Wijlen Michael Jackson – naar verluidt bij leven ook een zeester – denderde ons oorverdovend tegemoet. Zijn ‘Beat It’ was qua Beats-per-Minute tot een astronomische hoogte opgeschroefd, waardoor lopersvolk èn publiek zowat in staande trilling geraakten.

Bovenaan deze strandopgang maakt het pad een bocht naar links en dan moet je een tweetal kilometers voortdurend stijgen en dalen over een smal pad van (alweer) mul zand. Een halve Blade Runner die ik daar passeerde had er de grootste moeite mee zo te zien. Bij kilometer 10 kom je door de roemruchte Camping Bakkum, waar ik een volkstoneel á la Dam-tot-Dam had verwacht, maar waar het echter rustig was. Op zich wel een beetje teleurstellend, want ik was behoorlijk aan het afzien en kon wat vocale support best wel gebruiken. Wel was er weer die overheerlijke warme Isostar bij de drankpost, een ware traktatie voor de vermoeide loophelden en –heldinnen.

Vlak na de strandopgang

Tot en met kilometer 19 nestelde ik mij voortdurend op de bagagedragers van andere lopers en loopsters – ik kon het dit keer domweg niet op eigen kracht, zoals ik dat vorig jaar wèl kon. Als ik me niet fixeerde op een loper voor mij kon ik zo nu en dan wel genieten van de mooie natuur in dit bos- en duingebied. Hier en daar waren zelfs Schotse Hooglandrunderen te ontwaren, die daar vrijelijk rondliepen en waarvan het leek alsof ze elk moment ons parcours op konden wandelen.

Net na het 19-kilometerpunt wordt de toch al zo beproefde atleet vergast op een venijnige klim over de beruchte Bloedweg. Daar waar ik vorig jaar zowat omhoog sprintte, was het nu een ellendige maar gelukkig niet al te lange lijdensweg. Gesloopt kwam ik boven, en daar maakte ik mij op voor de laatste anderhalve kilometer in Egmond aan Zee. Alhoewel ik de hele barre tocht met een gezicht gelijk de Dood van Pierlala moet hebben gelopen, zorgde ik er bij de van organisatiewege geplaatste camera’s natuurlijk wel voor dat ik breeduit grijnzend en zwaaiend werd vastgelegd. Ofschoon wel met een duidelijk zichtbare zwarte muil van de na 19km ingebrachte zoute dropjes natuurlijk.

De laatste honderden meters werden andermaal in het kielzog van anderen afgelegd – ditmaal van een jeugdig stelletje dat een voor mij nog net te volgen tempo aangaf. Zo schreed ik uiteindelijk op de boulevard over de finishmat in een netto-tijd van 2:02:52. Voor het eerst sinds oktober 2015 niet meer onder de twee uur.

Uitgeput liet ik mij een prachtige medaille, een fles sportdrank en een poncho – tegen de kou – overhandigen. Het was een uitermate zware tocht geweest ditmaal, waarbij ik al heel snel na de start in de gaten kreeg dat “het ‘m niet zou gaan worden”. Er was ook niet goed voor getraind: na de Bruggenloop had ik mij onthouden van duurlopen en pas vijf dagen voor Egmond perste ik er een heel moeizame 20km uit. Met zelfs de nodige spierpijn tot gevolg – dat heb ik anders nóóit bij deze afstanden. Niet bepaald een trainingsopbouw volgens het boekje, toch?

Over vijf weken staat de 30km Groet-uit-Schoorl op het programma. En om eerlijk te zijn: ik weet nog niet wat ik daar mee aan moet. De halve marathon gaat al niet eens fatsoenlijk, en hoe moet ik dan in twee á drie weken nog gaan uitbouwen tot 26-28km? Een mission impossible, zo lijkt het. Maar misschien rol ik morgen alweer veel optimistischer uit mijn warme nestje. Wie zal het zeggen?

Gepost op Looptijden.nl door Peter de Haan op dinsdag 10 januari 2017 00:26

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.