Humane Hanen op de Vlucht

Geplaatst door

Hotel Marijke in Bergen Noord Holland. Een Fletcherhotel, kortweg Fletserhotel, dat laatste spreek je zeker in deze Noord-noordhollandse omgeving zo uit. Al enige tijd is dit mijn toevluchtsoord voor het produceren van schrijfsels voor Tobatleet. Geheel zelfstandig reis ik dan voor een lang solitair weekeinde af naar het fraaie kunstenaarsdorp, en neem daar mijn intrek in een eenpersoonskamer inclusief bureau, WiFi en een aantal stopcontacten. Veel meer luxe dan dat hoef ik niet: ten eerste hoef je dat bij Fletser ook niet te verwachten, en ten tweede gaat in de kamer alle aandacht naar twee activiteiten: schrijven en slapen.

Fletser Hotel Marijke

Toegegeven: het is even een vlucht van huis en van mijn lief, maar voor het creëren van de meesterwerkjes voor mijn ongeëvenaarde blogsite is opperste concentratie nodig. Vandaar dat ik dan de volstrekte afzondering bij Fletser verkies boven het bruisende bestaan met de huidige liefde van mijn leven. Vandaar dat ik mijzelf de heerlijke driegangenmenu’s (zoals op de website gepromoot) en de copieuze ontbijtbuffetten toesta. U weet ongetwijfeld van het lezen van vorige schrijfsels nog dat ik mij vooral tijdens zo’n ontbijt vreselijk kan misdragen ten koste van alle andere hongerige hotelgasten. Dit tot afgrijzen van mijn lieve levensgezel, en ze weet dat ik dat hier nu dus ook doe zonder haar strenge toezicht. Zij geneert zich zelfs op afstand volop jegens die andere ontbijtgangers. Maar ja, dan moeten die gasten maar net zo assertief (en soms agressief) zijn als ik.

Serves them right.

En dus zit ik nu in mijn kleine eenpersoons-hondenhokje het relaas van een wel heel bijzondere gebeurtenis te componeren. Een gebeurtenis waarvan ik nu al kan zeggen dat het voor mij hét sportieve en humane hoogtepunt van 2026 is. Want dat is het zonder enige twijfel: de 40km Nacht van de Vluchteling tussen Den Haag en Rotterdam, op de kortste nacht van het jaar, die van 20 op 21 juni. Met voor mij als Tobatleet een primeur: niet eerder schreef ik over een ander sportief evenement dan een hardloopwedstrijd. Dat zijn altijd verhalen met een bepaalde dynamiek en snelheid, dat wil zeggen: na de oeverloze preludes en postludes die ik er altijd in bak. Maar een verslag van een wandeltocht had ik nooit eerder gedaan.

Laat ik, om verwarring te voorkomen, bij het begin beginnen. Ik hoorde voor het eerst over de Nacht van de Vluchteling toen oudste dochter Jantine en schoonzoon John zich in 2019 aan deze nachtelijke monstertocht gingen wagen, ook tussen die mooie stad achter de containerhavens en die mooie stad achter de duinen. Een prachtig initiatief vond ik dat van deze twee, en ze leverden een puike prestatie door het zonder al te veel ongemakken uit te lopen. Maar het werd nog mooier: jongste dochter Lianne en haar goede vriend Merijn leverden gedurende die nacht een ongekende muzikale bijdrage voor de wandelaars op een van de rustplaatsen op het parcours. Met Merijn op keyboards en Lianne op zang leverde de band Hi Society al evenzeer een prachtprestatie.

Drie jaar geleden, in 2023 dus, zou ik samen met John en zijn goede vriend Daan ook de 40 kilometer tussen Roffa en Agga gaan verhapstukken (bron: Arranraja). Dit onder andere als voorbereiding op de 100km Dodentocht in het Vlaamse Bornem, onder de rook van Handwerpen. Maar op geheel eigen wijze stak ik daar voor mezelf een stok voor. Een trainingstocht van 60km begin juni van dat jaar leverde mij een horrorblessure aan de linkervoet op. Een blessure waarover ik niet al te veel zal uitweiden – zo afschuwelijk was het – maar het resultaat was in ieder geval dat er een flinke streep door zowel de Nacht van de Vluchteling als de Dodentocht moest worden gezet. Dit uiteraard tot mijn groot verdriet, en ook dat van John en Daan die – nadat ze het een plekje hadden gegeven – de tochten wel gezamenlijk hebben voltooid. Waarvoor uiteraard hulde van mijn kant.

Destijds begroef ik elke gedachte aan de Nacht van de Vluchteling in mijn oersoep, en jarenlang vertoefde het spektakel dus niet in mijn frontale kwab. Tot die bewuste februari-avond in restaurant Rozey in Den Haag, tijdens een etentje met mijn mijn lief en met de complete offspring inclusief aanhang, en zelfs die lieve kleine meid van amper één jaar: kleindochter Emilie. Aanleiding voor dit veganistische vreetfestijn was mijn 65e verjaardag een aantal weken daarvoor. Het leuke van het all-you-can-eat concept van Rozey is dat je daar steeds kleine gerechtjes kan bestellen, steeds maximaal twee per persoon. Dat doe je dan online op de app, waarna in een mum van tijd de gerechtjes worden opgediend. Heel efficiënt, heel lekker, heel gezellig.

Rozey Den Haag

Nooit wil ik wat voor mijn verjaardag, en daar was ook ditmaal geen uitzondering op. Mijn lieve dochters en hun dito partners hadden echter een mooie verrassing voor mij in petto. Hun cadeau voor mij was namelijk even origineel als goedkoop (just kidding!): ze wilden met mij, als oude ervaren wandelrot, de 40km Nacht van de Vluchteling gaan lopen tijdens de overgang van de lente naar de zomer. Een fantastisch idee, waarvan ik ongelooflijk blij werd. Iets wat u als trouwe lezer van Tobatleet geenszins zal verbazen. Want naast een hart voor wandelen heb ik ook een hart voor mensen in nood en in kwetsbare situaties. En daarnaast – maar dat geheel terzijde – heb ik een enorme aversie tegen sociaal onrecht, discriminatie, racisme en alles wat verder naar extreemrechts riekt. Tegen mensen die volkomen onverschillig staan tegenover het lot van de hulpbehoevende medemens, die niet geloven in de gelijkwaardigheid van alle mensen en die vanuit hun boreale superioriteitsgevoel anderen verketteren, demoniseren en slachtoffer maken van hun zondebokpolitiek.

Zo, dat moest er even uit.

Deze Nacht van de Vluchteling zouden wij gaan lopen voor een prachtig doel: humane opvang van, en noodhulp voor, vluchtelingen voor oorlogsgeweld en ander onheil. Mede daardoor weet ik heel goed hoe belangrijk het is dat er op basis van medemenselijkheid met vluchtelingen wordt omgegaan. Zo’n 40 jaar geleden woonde ik in Den Haag op het Lorentzplein in één huis met een vluchteling uit Zaïre, tegenwoordig (weer) Congo geheten. David en ik werden goede vrienden, en luisterend naar aanstekelijke soukous-muziek uit zijn geboorteland converseerden we avonden- en soms zelfs nachtenlang in het Frans. Dat was de enige taal die wij ‘in common’ hadden. Zijn verhalen over de gruwelen in Zaïre, en de angsten die hij daar heeft moeten uitstaan, blijven mij voor altijd bij.

En ook decennia later, in mijn werkzame tijd bij Terre des Hommes, hoorde ik de indringende verhalen over uitbuiting, mensenhandel en vele vormen van geweld waarvoor mensen noodgedwongen hun huis en have verlieten. Weg, ver weg, van de erbarmelijke omstandigheden waarin zij verkeerden en de krachten die hen bedreigden. Omdat er simpelweg geen andere keuze was.

Hierdoor weet ik als geen ander dat noodhulp en adequate opvang ter plekke voor vaak heel kwetsbare vluchtelingen van groot belang is. Stichting Vluchteling houdt zich daar volcontinu mee bezig, samen met veel lokale partners. Vandaar mijn grote affiniteit met dit onderwerp, met de organisatie en met het doel van de Nacht. Ik begon er van meet af aan ongelooflijk veel zin in te krijgen. We konden ook nog 50km lopen, een extraatje vanwege het 50-jarig bestaan van de stichting, maar bij 40km hadden met name mijn dochters een rode lijn getrokken. En dus zou het 40 worden, een prachtige en boeiende uitdaging!

Mooi gezelschap in Rozey

Heel eventjes bleef het initiatief hangen in mooie visioenen en roze wolken, maar op 11 april werden dan toch de eerste spijkers op laag water geslagen. Tijdens de Digital Summit van PRO/Groen-Links in de Tolhuistuin in Amsterdam, een jaarlijks evenement dat door Lianne en mij als PRO-leden voor de tweede keer werd bezocht, vonden wij dat actie geboden was. Tijdens een uiterst smakelijke shared dining in het Tolhuistuinrestaurant schreven Lianne en ik ons in als team en koppelden wij onze individuele inschrijvingen aan het teamaccount. Deze laatste actie werd vanuit Vlaardingen ook door Jantine en John verricht. Roy was nog wat terughoudend, en we zouden wel afwachten of en wanneer hij zich ging inschrijven. Hij had die dag ook nog een voetbaltoernooi en bovendien waren wandelingen van boven de 20 kilometer hem nog tamelijk vreemd. Begrijpelijk dat je daar dan een beetje tegenop ziet.

Over de naam van ons team hadden vader en dochters al enige tijd nagedacht. Diverse heel toepasselijke opties waren de revue gepasseerd, maar op die fatale avond van inschrijving legden de Haantjes dan eindelijk hun ei: het zou ‘Humane Hanen’ gaan worden. Dit omdat (a) ik wat drammerig kan zijn als ik vind dat er een beslissing moet worden genomen, mede omdat (b) het zo lekker rijmt en omdat (c) het zo lekker allitereert. En omdat (d) we dan ook meteen van die mooie AI-plaatjes konden gaan maken. Maar dat geheel terzijde.

Humane Hanen are Go!

Ook moesten we zo langzamerhand maar eens met de billen bloot qua streefbedrag voor onze bedelacties voor het Goede Doel. Met een bedrag van 750 Euri voor het team en 250 Euri voor elk individu kwamen we uit op een totaal van €1750. Een behoorlijk ambitieus bedrag, temeer daar we nog helemaal niet aan onze fondsenwervingsstrategieën (3 x woordwaarde) waren toegekomen. Maar het gaf ons in ieder geval iets om naar toe te werken, een intrinsieke (of juist extrinsieke?) motivatie om eens lekker het geld uit andermans zakken te gaan kloppen.

Daarnaast moesten we ook hoognodig plannen gaan ontwikkelen voor het maken van de broodnodige trainingskilometers. Zelf ben ik inmiddels zover in mijn leven dat ik niet langer ongestraft vanuit stilstand 40 kilometer kan wegbenen – althans daar ga ik van uit. Dus ik moest in de periode voor de Nacht nog wel wat opschalen zullen we maar zeggen. Voor Jantine was het inmiddels alweer zeven jaar geleden dat ze een dergelijke afstand had verhapstukt dus ook zij moest wel flink aan de bak. En Lianne moest haar aantallen kilometers ook nog behoorlijk gaan opschroeven. In John, en eigenlijk toch ook wel in mezelf, had ik de meeste fiducie: wij konden vertrouwen op een groot wandelmotorblok, dus dat ging wel goedkomen.

Zoveel gelegenheid om elkaar te zien is er ook weer niet (drukdrukdruk!) dus ging ik zelf maar solitair mijn motorblok wat opvoeren door middel van lange wandeltochten. De Krimpenerwaard, het Reeuwijkse Plassengebied en het Groene Hart tussen Gouda en Woerden vormen een prachtige trainingszone daarvoor. Gestaag bouwde ik op die manier op richting de op 20 juni van ons verlangde 40 kilometer – en het ging me over het algemeen prima af.

Op zaterdag 2 mei kwam de Hanenblaf (vader en dochters) bijeen voor een mooie trainingstocht over 27 kilometer over het Mazenpad, te weten de eerste etappe daarvan. Vanaf station Rotterdam Centraal  buffelden wij via een aantal groene corridors (parken en plantsoenen) via het schilderachtige Overschie het stedelijk gebied uit. Vervolgens liepen wij bovenlangs Schiedam en Vlaardingen door een prachtige groene gevarieerde omgeving richting de Broekpolder en het Pannenkoekenhuis De Soete Suikerbol voor een zeer verantwoorde snack. Vlak daarvoor hadden John en Emilie zich bij ons gevoegd ter completering van de al zo immense feestvreugde. Wel had ik behoorlijk last van mijn rechteroog, maar ach dat zou wel goedkomen.

Twee Humane Hanen op trainingsstage

Welnu: dat kwam bepaald niet goed. Daags erna bleek het oog vuurrood te zijn geworden, enorm dik en extreem pijnlijk. Een consult bij de huisarts leverde een zalfje op dat drie dagen lang dienst weigerde. Het oog stond daarna ongeveer op ontploffen. Met spoed moest ik toen naar de oogpoli in ons plaatselijke hospitaal. Diagnose: een uveïtis anterior, een aandoening waar ik nog nooit van had gehoord. Een aandoening die zijn oorzaak vindt in een verkeerde reactie van het afweersysteem van het lichaam, en waarvan de grondoorzaak dus ook elders moest worden gezocht. De zalf kon bij het grofvuil en werd vervangen door ettelijke flacons met oogdruppels en een heel andere zalf. Die hielpen wel tegen de ontsteking, zij het dat ik door een van de medicaties wekenlang uiterst wazig zag. Gevolg: beeldschermwerk onmogelijk, werk überhaupt eigenlijk onmogelijk, aangevuld met sombere gevoelens over mijn gezichtsvermogen en over de ongewisse oorzaak van de uveïtis.

Weken heb ik ermee rondgelopen, en ondertussen werd ik van specialist naar specialist gestuurd. Oogarts, internist, reumatoloog, het kon niet op. Inmiddels, na ettelijke bloedafnames, onderzoeken, thoraxfoto’s, ct-scans en zelfs een mri-scan lijken we te weten wat de boosdoener is: een geval van spondyloartritis, een reumatische aandoening aan twee cruciale gewrichtjes in het bekken. Wel waarschijnlijk de verklaring voor het feit dat ik al 20 jaar enorm stram ben, en voor het feit dat ik van topatleet een tobatleet geworden ben. Remedie: ontstekingsremmers voor de ergste pijn en fysiotherapie in een wanhopige poging er nog iets van te maken.

Ach het had erger gekund…

Terug naar de Nacht van de Vluchteling dan. Aan een ellenlang medisch bulletin van mij ontleent u nou niet bepaald uw levensvreugde, nietwaar? Door al dit gedonderjaag kwam er van een goede verantwoorde duurtraining stukken minder terecht dan ik aanvankelijk had gewild. Wellicht was ik in die weken wat weggevlucht in zwelggedrag, wie zal het zeggen. Wel was er de 4x15km Goudse Avondvierdaagse die ik in de tweede helft van mei met een flinke groep wandelfanaten liep. Voor mij was dit alweer de vierde keer op rij, en ik blijf het leuk en gezellig vinden ondanks het feit dat de routes nooit veel veranderen. Het leverde mij zonder al te veel inspanning toch mooi weer een flinke bak kilometers op.

Ook mijn inbreng aan de fondsenwerving kwam wat moeizaam tot stand. Maar op 7 mei, toen ik werkelijk amper meer wat voor ogen zag, ploeterde ik maar liefst drie uur lang aan de volgende tekst voor in een LinkedIn-post:

‘Beste connecties,

Speciaal in deze bizarre, intolerante en soms wel heel wrede tijden is het van belang ons hart te laten spreken en ons te bekommeren om mensen op de vlucht voor oorlog en ander onheil. Deze mensen verdienen onze ruimhartige steun in plaats van in een kwaad daglicht te worden gesteld.

Samen met mijn dochters en schoonzoon loop ik op 20 juni mee met de Nacht van de Vluchteling! Ons team hebben wij heel toepasselijk ‘Humane Hanen’ genoemd!

In die (korte!) nacht zullen de Humane Hanen maar liefst 40 kilometer tussen Rotterdam en Den Haag trotseren en volbrengen. Een mooie uitdaging vinden wij, en we zijn dan ook al volop in training!

Sponsor jij mijn/onze kilometers? Samen willen we zoveel mogelijk geld ophalen voor noodhulp ter plekke aan mensen op de vlucht. Elke euro telt, en elke euro wordt door ons enorm gewaardeerd. Alvast heel hartelijk dank!

Hartelijke en sportieve groet, ook namens de andere Humane Hanen,

Peter’

Zelden doe ik zo lang over zo’n kort stuk tekst. Maar goed, na het corrigeren van veel tikfouten die ik aanvankelijk ook niet eens als zodanig waarnam rolde dit er dan uiteindelijk uit. En kijk: heel snel na plaatsing rolden de eerste Euro’s binnen, soms voorzien van een mooie, lieve, hartelijke tekst. De bal was aan het rollen geslagen, en ik zou mijn bedelacties in de navolgende weken stevig gaan opvoeren. Opnieuw op LinkedIn, maar ook op de werk-app, op Whatsapp en zo voorts. Ik zou die portemonnees eens flink gaan leegtrekken.

Just kidding natuurlijk. Ik ben iedereen zielsdankbaar voor elke gedoneerde eurocent, en daarmee voor het in mij gestelde vertrouwen. En hetzelfde geldt voor alle mooie aanmoedigende woorden die mij ten deel vielen. Ik werd er verlegen van – en dat gebeurt niet vaak.

Onze route van 20/21 juni

In de week voor de Nacht werd onze route eindelijk bekend: vanaf Katendrecht in Rotterdam gingen wij via Overschie, Delft, Nootdorp en Leidschendam/Voorburg richting de eindstreep in hartje Den Haag opstomen. Na deze 40km wandeltocht zouden we ons daar dan vermoeid doch voldaan in de armen van de rondemiss storten. Well…keep dreaming Peter. Maar toch: het geeft wel een beetje het gevoel weer na zo’n enorme inspanning – ik weet dat als geen ander gezien mijn rijke hardloopervaringen. En soms zijn er inderdaad heel mooie en lieve dames aan de finish die je vervuld van liefde een medaille om je bevallige nek draperen.

Ook Roy had zich inmiddels ingeschreven, met daarbij wel de disclaimer dat hij behoorlijk tegen deze monsteruitdaging opzag. Wel begrijpelijk uiteraard, maar ik was ook blij dat hij zich na een periode van onzekerheid toch had gecommiteerd en dat hij zou gaan bijdragen aan de gezelligheid tijdens ons wandeltochtje van 40 kilometer.

Op vrijdag 19 juni, de dag voor ons Grote Evenement, perste ik er op LinkedIn nog de volgende tekst uit:

‘Nog één nachtje slapen, en dan…

…een nachtje niet slapen!

De Humane Hanen zijn er helemaal klaar voor!

Morgennacht 20/21 juni loop ik samen met mijn dochters en hun partners vanuit Rotterdam vol vuur het vuur uit de sloffen voor noodhulp aan vluchtelingen voor oorlog en ander onheil. 40 kilometer lang zal onze strooptocht zijn, maar we gaan dat beslist niet in een stroperig tempo doen!

Het belooft een zwoele nacht vol ontberingen te worden, met mogelijk in de ochtend een spatje regen en misschien wel een klapje onweer als wij Den Haag binnentrekken.


Maar al onze ontberingen vallen in het niet bij wat vluchtelingen moeten doorstaan, die vaak met grote spoed huis en have moeten verlaten omdat hun leven direct gevaar loopt.

Wij zullen morgennacht ons beste humane hanenpootje voorzetten. Voor de vluchtelingen. Daar kun je van op aan!’

Op diezelfde dag  kocht ik bij de Decathlon in Rotterdam Alexander de laatste benodigde spulletjes, al dan niet op verzoek van mijn medelopers. Onder andere blarenpleisters en -spray, electrolyten, flapjacks en lampjes stonden op de boodschappenlijst. Een sterke headlamp had ik al in een eerder stadium gekocht, een onmisbaar voorwerp dacht ik voor een nachtelijke escapade. Van Elfriede leende ik een buik-/heuptasje om in te richten als medicijnbox.

Ook had ik bij Decathlon nog gezocht naar een nieuwe rugzak, en diverse modellen getest. En ook naar lage wandelschoenen had ik bij de Bever nog even uitgekeken. Toen nam ik een kordaat besluit: ik zou toch mijn ouwe trouwe Nomad rugzak en mijn ouwe trouwe wandelschoenen met al meermalen vervangen Vibram zolen gaan gebruiken. Ik gunde het ze zo, na al die jaren trouwe dienst. Zoiets kan je toch niet over je hart verkrijgen: zoveel wandelhistorie en ze dan de Nacht van de Vluchteling ontzeggen?

In de vroege ochtend had ik tijdens een consult bij de reumatoloog nog gevraagd of het, gezien mijn situatie, verantwoord was om de Tocht der Tochten te lopen. Haar antwoord was even simpel als eenvoudig: “Vooral doen!” Eerder had ik dit ook al gevraagd aan de oogarts en de internist, en ook zij hadden hun fiat gegeven voor mijn deelname aan de nachtelijke monsteruitdaging. Daar was ik enorm blij mee, want daarover had ik gedurende de laatste weken voor de Nacht behoorlijk ingezeten.

En toen kwam het slechte nieuws. John en Jantine meldden zich op de ochtend van de 20e juni met het nieuws dat zij beiden met hoge koorts en een stevige buikgriep op bed lagen. Kleine Emilie had dit euvel van de kinderopvang mee naar huis genomen, en had haar ouders prompt ermee besmet. En ze waren er slecht aan toe. Amper in staat om zich om te draaien in hun nestjes, laat staan een 40km strooptocht te verhapstukken. Ze baalden uiteraard verschrikkelijk, maar dit was het verdict. Oei, dat was wel een heel gevoelige streep door hun rekening, en uiteraard ook door die van Lianne, Roy en mij. Wij vermanden ons echter snel: dan maar met z’n drieën, tegen inlevering van 40% van de saamhorigheid en gezelligheid. En uiteraard van de nodige Nacht van de Vluchteling-ervaring: voor hen was het gesneden koek, maar voor ons ging het het debuut zijn.

Tekening inmiddels aangepast

Om klokslag tien voor half zeven des avonds vertrok ik met mijn hele hebben en houwen naar het prachtige Goudsche Hoofdstation voor de reis richting Fenix, het starttoneel op Katendrecht. Ondertussen hield ik contact met Lianne en Roy om te vernemen wanneer zij ter plekke zouden kunnen zijn. Het nieuws kwam snel: het voetbaltoernooi van Roy was afgelast nadat een vrouwelijke voetballer onwel was geworden en gereanimeerd moest worden. Het liep gelukkig (redelijk) goed af, maar de drive om verder te voetballen was bij iedereen verdwenen. En dus werd de strijd op alle velden gestaakt. Op deze manier konden de jongelui ruim op tijd zijn voor de inmiddels gereserveerde vreetpartij in Happy Italy, niet al te ver van de Erasmusbrug op de Kop van Zuid. Op Rotterdam Centraal hield ik mij op de hoogte van het scoreverloop bij de wedstrijd tussen Oranje en Zweden op het WK. En het was verrassend: binnen no time had (basisspeler!) Brian Brobbey de stand op 1-0, en even later op 2-0, gebracht.

Op weg naar de start!

Niet ver voor achten arriveerden wij bij Happy Italy waar wij ons tegoed deden aan een eenvoudig doch voedzaam maal waardoor wij gesterkt aan de start zouden kunnen verschijnen. Voor mij betrof dit een spaghetti bolognese en een paar bollen ijs. Dat moest voorlopig maar genoeg zijn. Voldaan wandelden wij via de goedgevulde terrassen achter onder andere LantarenVenster en Hotel New York via de Rijnhavenbrug naar Fenix, een voormalig fabrieksgebouw dat nu onder andere het migratiemuseum herbergt. Heel toepasselijk in verband met het Hogere Doel van onze nachtwandeling. Vele 20km-lopers voltooiden hier hun wandeltocht, een grote ronde door Rotterdam. Jantine en John wensten ons nog succes met de mededeling dat ze zouden ‘meewandelen met de beentjes omhoog’. En dat terwijl we net Katendrecht opwandelden, de voormalige prostitutiebuurt waarin in vroeger tijden de dames van plezier met de beentjes omhoog lagen te wachten op de seksueel uitgehongerde zeelieden.

Vrij langdurig moesten we wachten aan de zijkant van het gebouw voordat wij naar binnen mochten voor alle organisatorische plichtplegingen. Een aantal wandelaars werd geïnterviewd door de plaatselijke omroep, dat bood hen tenminste nog vertier, maar anderen – zoals wij – stonden amechtig te wachten op betere tijden. We keken uit op het Deliplein, waaraan cafés waren gevestigd getooid met namen als “De Ouwehoer’ en ‘De Matroos en het Meisje’. Tja, de herinnering aan bevredigende tijden moet wel in stand blijven, nietwaar? Uiteindelijk werden we binnengelaten en konden we op vertoon van onze e-tickets onze gele hesjes en stempelkaarten ophalen.

Zoals zovelen stopten we even bij een machine om met zelfbediening een schijtlollig GIFje te maken van ons drieën. Na nog wat stikzenuwenplasjes verlieten wij uiteindelijk het Fenix-complex en was voor ons de Nacht van de Vluchteling begonnen. Het moment waarop wij zolang hadden gewacht en waarnaar we zo hadden uitgekeken. Het was inmiddels klokslag zeven over half elf in de avond. Het was buiten nog behoorlijk warm en benauwd, er was wat regen en onweer voorspeld gedurende de nacht maar ach we zouden het wel zien. Inmiddels hadden we wel gehoord dat de tocht tussen Breda en Tilburg was afgelast vanwege het weer, en dat de route tussen Utrecht en Amersfoort met 13 kilometer was ingekort.

Schijtlollig gifje

Vrijwel direct na de start en de tocht over de Rijnhavenbrug liepen we fout. In plaats van na Hotel New York via het water naar de Erasmusbrug te lopen marcheerde een groot gedeelte van het peloton (waaronder wij) over een andere weg naar de brug. Er ontstonden zo twee stromen, en met een glimlach dacht ik terug naar de Drama Diemen Nooitmeerloop die ik in 2018 samen met Arranraja verhapstukte, en waarbij ook vele wegen naar Rome leidden. Uiteindelijk kwam het hele spul vlak voor de Erasmusbrug weer bij elkaar – dat kon uiteraard niet anders.

Het was nu serieus donker aan het worden. De Erasmusbrug kent vanuit het zuiden een lange beklimming met een korte steile afdaling – zo herinnerde ik het mij van de keren dat ik er met de Bruggenloop overheen snelde. Zo was het ook nu, maar voordat de steile afdaling zou worden ingezet gingen wij via een nog veel steilere trap naar beneden richting de Willemskade. Daar passeerden wij de aangemeerde grote Spido-boten en de waterbussen die de passagiers onder andere naar Dordrecht brengen. A poor man’s cruise so to speak.

De avondschemering

Vlak na het Wereldmuseum arriveer je bij de Veerhaven waaraan het fraaie gebouw van de Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging De Maas is gelegen. Zo te horen was daar een verdomd leuk jazzfeestje aan de gang. Wij moesten echter door: er was geen tijd te verliezen, en zeker niet aan frivoliteiten. Lianne en Roy liepen er in deze aanvangsfase nog fris en fruitig bij, ondanks wat lichte klachten over heup (Lianne) en enkel (Roy). Zelf voelde ik mij zo fris als een haantje. Gek eigenlijk, gezien alle medische malheur van de laatste weken. Maar ach, dat is dan toch ook niet echt iets om over te klagen toch?

Langs de zeer sjieke Parklaan, met een overdaad aan sjieke gebouwen, snelden wij voort richting Het Park, richting de Euromast. Het was erg druk, veel mensen liepen over straat en zaten op bankjes. Soms in uitgaanskledij, soms niet. Het was warm, maar we waren er goed op gekleed. In het park passeerden we drie grote horecagelegenheden: The Harbour Club, Parqiet en Dudok in Het Park. En overal was het druk met mensen die hun ogen uitkeken naar al die geelgeheste wandelaars. En telkens hadden we een schitterend uitzicht op de Euromast die zich in allerlei verschillende prachtige kleuren liet zien.

Mooigekleurde Euromast

Uiteindelijk wandelden wij om de Euromast heen en togen we noordwaarts langs de Parkhaven richting de Coolhaven en Delfshaven. Vanaf nu zouden we een heel eind vlak langs het water gaan lopen. Het water van de Schie, om het zo maar even samen te vatten. Ook hier weer heel veel horeca, aan beide kanten van het water. Langs de kades ook grote passagiersschepen die volgens mij uitermate geschikt waren voor Reisjes langs de Rijn Rijn Rijn. Even keek ik de Rochussenstraat in, met onder andere het pand van de Hogeschool Rotterdam waar ik regelmatig kwam in de periode 2023/2024. Bij de Coolhaven kwamen we voorbij het gelijknamige metrostation en Museum Rotterdam. Hier kwamen we groepjes mensen tegen, soms flink in de olie, die ons vroegen waarvoor wij liepen en dan vervolgens meenden hun strijdleuze ‘AZC weg ermee’ luidkeels naar ons te moeten debiteren. Niveautje hoor, zeker omdat het hier helemaal niet over vluchtelingenopvang in Nederland gaat. Maar enfin. Onaangedaan (hoewel?) vervolgden wij ons pad.

Mijn strijdplan voor de eerste kilometers richting de eerste en de tweede rustplaats was duidelijk. Als het aan mij lag gingen we zoveel mogelijk aansluiten bij groepjes, veel slipstreamen en laten slipstreamen. Dus: het liefst mensen vlak voor en vlak achter ons. Dit alles onder het motto: samen kom je verder. Goed voor de moraal ook, en volop kansen voor sociale interactie met medewandelaars. Op deze manier zouden de kilometers hopelijk vanzelf en met gemak afgelegd kunnen worden zonder je steeds maar druk te maken over de afstand (‘hoever moeten we nog papa?‘). En bovendien zou dat ook de aandacht afleiden van de ongetwijfeld opkomende pijntjes. Schoorvoetend gingen Lianne en Roy met dit plan akkoord.

We passeerden Blijdorp aan de rechterkant. We bewonderden de fraai verlichte Mevlana Moskee terwijl we over het pad langs de Abraham van Stolkweg liepen en onder het spoor gingen. Aan de linkerkant doemde de oude Van Nelle fabriek op, net als de moskee een landmark als je met het treintje richting Schiedam gaat. Soms staken de jongelui de weg over terwijl het stoplicht nog op rood stond. Zo had ik ze toch niet opgevoed? Een dagje brommen in de Penitentiaire Inrichting De Schie, dat ter rechterzijde was gelegen, zou ze wel weer op het rechte pad brengen. Maar dat was niet voor nu. We deden vlijtig voort richting de mooi verlichte kronkelende Jonkersbrug. Even wat hoogtemeters maken en de beentjes testen. Daarna stoven wij weer druistig door richting Overschie.

Andrea Vollenweider

Onder het viaduct van de Giessenbaan, bij de A20, zat een vrouw harp te spelen als ware het arbeidsvitaminen voor de moedige wandelaars. Heel surreal zouden de Engelsen zeggen, als in een film. Maar het klonk allemaal prachtig, en we genoten er met volle teugen van terwijl wij voortdeden onder het viaduct door en daarna weer langs het water. Ik voelde mij uitstekend en ik begon het steeds meer naar mijn zin te krijgen, temeer daar we nu definitief (bron: onze Vegan Africa gastheer) de drukke metropool hadden verlaten.

Overschie, althans het oude gedeelte ervan, is een mooi stukje Rotterdamse outskirt. Wij verlieten het pad langs de Schie en trokken landinwaarts door een pittoreske straat met oude huizen getooid met klok- dan wel trapgevels. Hier spazierden wij ook al tijdens onze trainingstocht op 2 mei, maar dan de andere kant op. Het was inmiddels middernacht geweest, en na een kleine 10 kilometer betraden wij de Grote Kerk, na een kort bezoek aan het buiten geposteerde Dixiland om de uitgaande stromen te reguleren. Binnen in het Huize Gods was het druk, maar in zekere zin ook heel sereen. Lianne en Roy nestelden zich onmiddelijk op de kerkstoeltjes. Bij mij zit dat anders: ik blijf liever staan gezien mijn potentieel stramme toestand. We genoten van koffie, thee en een muntwatertje en maakten een assessment van onze situatie. Conclusie: het was mooi geweest tot dusver, maar er ontstonden bij de jongelui wel wat pijntjes. Bij Lianne aan de heup, bij Roy aan de enkel. Jammer genoeg was de cocktail van paracetamol en ibuprofen bij mijn jongste spruit al betrekkelijk snel na de start uitgewerkt. Enfin, we zaten nu in de middle of bloody nowhere en we moesten er maar het beste van maken. Snel kocht ik nog even een flesje met plat bronwater en stopte het in het zijvak van mijn trouwe tas. Na nog een sicherheitsplasje konden we onze weg vervolgen richting Delft.

Twee bikkels in de kerk

Nog in het oude dorp moesten Lianne en ik ons omkleden, omdat het naar ons idee toch net iets te fris was geworden. Voor haar een vestje, voor mij een jasje. Eenmaal buiten het bewoonde gebied werd het stiller en stiller. Iedereen ploegde verbeten zijn of haar kilometers door de nacht, en er ontstond een lang lint van gele NvdV-hesjes op de paden langs de Schie. We zorgden er andermaal voor aan te sluiten bij andere groepjes. Regelmatig monsterde ik het achterveld, en ik zag een eenzame vrouwelijke wandelaar langzaam maar zeker onze kant op komen. Vlak na het dorpje De Zweth (mooie huisjes en een oud bruggetje) kwam zij naast ons lopen en ik vroeg haar met oprecht geveinsde belangstelling hoe haar tocht verliep.

Het ging allemaal prima, wist ze mij te vertellen. Ze heette Laura, en ze had de afgelopen tijd een passie opgevat voor lange wandeltochten. Verder dan 35km was ze daarbij nog niet gekomen, dus ook voor haar was dit een sprong in het diepe. Ze werkte bij de Erasmus Universiteit als onderzoeker en docent, en haar specialisme was gelegen in het slaapgedrag van kinderen als gevolg van een veelheid van factoren. Een holistische aangelegenheid dus, net als bij mijn werk als eenvoudige business analist. Haar Mexicaanse partner had ze niet zo gek gekregen om mee te lopen, maar hij zou samen met een goede vriendin zijn levensgezel opwachten aan de finish in Den Haag. Beter dat dan niets zullen we maar zeggen.

Gezellig keuvelend deden wij voort langs de lange vaart totdat het peloton een scherpe bocht naar rechts maakte, de wouden ten zuiden van Delft in. Hier werd het even serieus donker doordat de straatverlichting ontbrak. Lianne en Laura waren in een verhit gesprek gewikkeld over kinderen, onderwijs en aanverwante artikelen, en ik nam de tijd om mij over Roy te ontfermen. Dat had de man wel even nodig. We sloegen schuin af naar links en in de verte zagen we de verlichting van de aan de A13 gelegen Burger King. Het maakte ons op slag hongerig naar een Double Whopper met Kaas, maar daar hadden we nou net even geen tijd voor. Na een kleine klim over een fraai bruggetje passeerden we het pand waarin een eeuwigheid geleden de faculteit van Geodesie was gevestigd, in de tijd dat TU nog TH was. Al uitgebreid heb ik op dit platform over mijn studie-échec verteld, dus dat doe ik hier niet nogmaals. Wel maakte ik Roy zo af en toe deelgenoot van mijn ervaringen toentertijd. Arme man.

We liepen over de Thijsseweg, waar wij als eerstejaars studenten landmetingen verrichten met theodolieten en waterpasinstrumenten. De weg maakte een bocht naar links en we stiefelden over de Heertjeslaan richting de Rotterdamseweg. Links van ons lag het Prinsentheater waar de succesvolle musical Willem van Oranje draait. Ik koos een nieuw gespreksonderwerp: het inmiddels een week aan de gang zijnde WK voetbal. En er was genoeg om de revue te laten passeren. Nederland had in zijn tweede groepswedstijd zojuist Zweden met 5-1 verslagen, en er waren in deze duistere nacht nog diverse wedstrijden aan de gang waarop wij ons licht lieten schijnen. Zo overbrugden wij als het ware vanzelf en met groot gemak de laatste honderden meters naar het aan de Rotterdamseweg gelegen rustpunt: de oude lijmfabriek, inmiddels omgedoopt tot ‘Lijm en Cultuur’. Rechts van ons lag de TU-wijk met zijn markante hoogbouw.

Twee bikkels in Lijm en Cultuur

Bij Lijm en Cultuur was ditmaal geen Dixiland maar waren er heuse echte toiletten, zij het schaars in aantal. Vooral sneu voor de dames onder ons. Je bent als man toch eigenlijk wel bevoorrecht. Uiteraard moest er weer flink op bankjes en stoeltjes gezeten worden door de jongeren. Laura koos eerst een eigen plekje, ze was ons een beetje kwijtgeraakt, maar al gauw zag ze mijn wenkende bewegingen en kwam ze gezellig bij ons zitten. De muziek werd hier verzorgd door een steeldrums-speler die opzwepende muziek uit de Spotify-speellijst begeleidde. De meningen over de kwaliteit van dit entertainment waren verdeeld, laat ik het daar maar bij houden. Intussen stortte Pluvius een enorme hoos- en onweersbui uit over het oude fabriekscomplex. Het kon ons niet deren. Laura vond het fijn en gezellig – zei ze – om door ons te zijn ‘geadopteerd’. Geheel wederzijds wat ons betreft. Na nog een sicherheitsplasje konden we onze weg vervolgen richting de binnenstad van Delft. De (mijns inziens bloedirritante) klanken van de steeldrums droegen nog ver, maar verwaaiden gelukkig na enige tijd.

Het was inmiddels weer droog geworden. Ik zag dat Roy erg goed ging op mijn persoonlijke ondersteuning, dus deed ik met hem nog een tijdje voort terwijl de dames geen gespreksonderwerp onbenut lieten. We passeerden de Julianalaan, waar vroeger de faculteit Wiskunde en Informatica was gevestigd. We liepen linksom langs de binnenstad en passeerden het oude gebouwtje van de Delftsche Studenten Roeivereeniging Laga, waar ik een blauwe maandag had geroeid alvorens een horrorblessure aan de linkerhand mijn roeierscarriere voorgoed beëindigde. Uit de linker ooghoek zagen wij de karakteristieke oude Oostpoort, en vlak daarna sloegen we rechtsaf richting de ondersteek van de A13, niet ver van het pand aan de Oudraadtweg waar ik van 1978 tot 1980 met 15 medestudenten had gewoond. Ik zal u de verhalen daarover besparen. Beter.

Eenmaal onder de A13 door kwamen we over de Korftlaan in het gebied van de Delftse Hout. Ook daar zal ik u de verhalen over besparen. Schuin rechts voor ons lag een kassengebied met zijn karakteristieke lichtvervuiling. Links van ons lag een grote recreatieplas. We sloegen aan het einde rechtsaf een klein landweggetje op, verversten ons water bij een tappunt en stuitten vervolgens op een ijsco-karretje waar gratis ijs werd uitgedeeld voor de vermoeide wandelaars. En er waren bijzondere smaken te krijgen: rabarber, blauwe bessen, mango en nog veel meer. Dit lieten wij ons niet tweemaal smaken. Hevig smakkend op onze verfrissingen maakten we even een assessment van onze deplorabele situatie. Conclusie: er was behoorlijk veel pijn, vooral bij Lianne en Roy, maar we werden nu opeens door deze alweer surrealistische ervaring gesterkt. En kijk, links van ons doemde het eerste ochtendgloren op. Mooie gele, oranje en rode strepen aan de horizon. Het werd zomaar, gratis en voor niets, dag! Hier en daar spetterde het wat, maar dat mocht eigenlijk geen naam hebben.

Moedig ploeterden wij voort over de wandel- en fietspaden in het fraaie Bieslandse Bos en De Balij. Beurtelings kletste ik honderduit met Lianne (ook zij behoefde aandacht) en Laura (idem). Het werd lichter en lichter en na het onderschrijden van Metrolijn E koersten we blijmoedig af op onze alweer derde stop: Café de Balije Tuin tussen Pijnacker en Nootdorp. Ook daar was het weer een drukte van belang, in eerste instantie vooral in en rond Dixiland. Gewillig lieten we onze kaarten afstempelen en strompelden naar binnen om ons op de banken en stoelen te nestelen. Roy moest dit keer effe legge, zo beroerd was hij eraan toe. Zijn enkel werd nu wel heel pijnlijk, en langzaamaan verrees de vraag of hij het vandaag wel zou redden. Lianne douwde er nog maar wat pijnbestrijders in, terwijl Laura en ik zorgden voor koffie en thee voor alle vermoeide helden. En zie, even later kwam het personeel met grote schalen bitterballen langs. Het was inmiddels half zes in de vroege morgen, dan wel late nacht. Maar voor mij is elk moment een moment voor bitterballen. En dat terwijl ik niet eens een VVD’er ben. Even later kwamen er ook grote schalen met vega bitterballen – dat laatste had van mij niet gehoeven. Maar goed. We vulden onze waterflessen bij uit een grote plastic tank, en na nog een sicherheitsplasje konden we onze weg vervolgen richting Nootdorp en Ypenburg.

Langs de paprikakassen van Pijnacker

Het was wel weer tijd geworden om, als nestor van het gezelschap, de begeleiding van Roy op te pakken. Er lag een ellenlange weg voor ons langs kassen, veelal paprikakassen, en schandalig mooie optrekjes van de eigenaren ervan. Ja ze boeren goed, daar tussen Pijnacker en Nootdorp. Halverwege deze Lange Laan trakteerde ik mijn gezelschap op een fotoshoot, waarvan een van de resultaten aan dit reisverslag is gehecht. Het werd voor mijn arme schoonzoon zwaarder en zwaarder – dat was aan zijn bleke hologige gelaat ook wel te zien. Aan het eind sloegen we linksaf richting metrostation Nootdorp, en hier had hij eigenlijk al kunnen aftaaien naar huis en naar zijn warme nestje in Voorburg. Maar hij deed verbeten voort, heel bewonderenswaardig. Ook Laura en Lianne kregen het nu wel zwaar, temeer daar het warmer en warmer werd. Zelf voelde ik nog geen centje pijn, merkwaardig genoeg. Wel had ook ik het warm uiteraard.

In Nootdorp paseerden we een achtertuin waar een Humane Haan van edelmetaal stevig met zijn prachtige veren stond te pronken. Het gaf ons hernieuwde moed. We beseften natuurlijk ook dat ons leed klein bier was als je het vergelijkt met wat mensen die vluchten voor oorlog en ander onheil moeten doorstaan. Even dacht ik terug aan David uit Zaïre, die ik veertig jaar geleden helaas uit het oog was verloren. Hoe zou het hem zijn vergaan? Zou hij inmiddels volledig geïntegreerd zijn, whatever that word may mean? And if so: hoe zou hij zich nu voelen nu die ranzige extreemrechtse wind door ons land (en de wereld) waait? Waarin racisme, haat en totale onverschilligheid de boventoon voeren? Hij zou in ieder geval blij, dankbaar en trots op ons Humane Hanen zijn, zoveel is zeker. We stiefelden over een onverhard paadje in de woonwijk, een van de weinige onverharde stukken in het tracé. Bij Roy was inmiddels de geest totaal uit zijn fles, en Laura en Lianne stampten onverdroten voort ondanks hun pijntjes en vermoeidheid.

Een fellow Humane Haan

Even trok het gezelschap onder spoor en snelweg (A12) door. Daar werden we verenigd met de 50km-lopers, die een lusje door het Buytenpark in Zoetermeer hadden gemaakt, vlak langs Snowworld en Ayers Rock. Vaak waren het eenlingen, en met sommigen van hen maakten we een praatje, dit vooral om elkaar door die laatste fase van de beproeving heen te slepen. Even later gingen wij bij het Station Den Haag Ypenburg weer onder snelweg en spoor door. We moesten hoge steile trappen op om via het grote Pathé-gebouw onze weg te kunnen vervolgen. Dit was teveel voor de jongelui: alle drie moesten ze even zitten dan wel liggen om deze klim een plekje te geven.

Het was inmiddels duidelijk: Roy ging het niet halen. Maar eigenlijk was ik al behoorlijk onder de indruk van zijn monsterprestatie tot dusver. Dertig kllometer stampen tegen de pijn in: of het verstandig is kun je je afvragen, maar hij had het dan toch maar geflikt. Op het lange tracé richting het Prins Clausplein trakteerden wij elkaar op een aantal mooie fotoshoots, om de stemming er maar een beetje in te houden. Want aangeslagen waren we wel gezien het naderende vertrek van schoonzoonlief uit ons groepje. In de verte gloorden de hoge Jubi-torens, de kantoren van Jantine (BZK) en van mij (J&V). Onder het Prins Clausplein vond een heuse drugsdeal plaats, dat hadden wij dondersgoed in de gaten. Zelf hadden we geen van vieren behoefte in die richting.

Humane Hanen en onze adoptie Humane Haan

Na een lange lange weg bereikten we de boorden van de Vliet, en staken deze na een kleine omweg over. Hier moesten we tot ons hartverscheurend verdriet afscheid nemen van Roy, en na een aantal pittige omhelzingen en sterktewensen vervolgden wij drieën onze weg door de nauwe straatjes van Voorburg richting Hofwijck, ons laatste rustpunt. Hier waren ook weer de gebruikelijke taferelen bij Dixiland. Thank God for the kruiskopdixi’s for us men zullen we maar zeggen. Tot mijn onuitsprekelijke ergernis sloeg Garmin hier spontaan mijn wandeling op, zodat ik voor de resterende kilometers (ca 10) een nieuwe wandeling moest starten. Er zijn zo van die dingetjes waar ik slecht tegen kan, en dit was er één van. Snel trok ik mijn jasje uit, een actie die ik al twee uur eerder had moeten uitvoeren want ik had het inmiddels achterlijk warm gekregen.

Op het pleintje voor het Huygens museum genoten we van een lekker (Cup-a-) soepie en de nodige zoete en hartige versnaperingen. We luisterden met halve aandacht naar ene Mike, die de organisatie daar – waarschijnlijk onder strikte begeleiding – assisteerde, en schakelden volledig af toen hij ons zijn medisch dossier uit de doeken ging doen. Ook zijn negatieve opmerkingen over vluchtelingen vielen bij ons niet in goede aarde. Zoals Lianne terecht zei: “dit is niet bepaald het moment om het daarover te hebben”. Teleurgesteld over zoveel afwijzende respons liep hij dan maar naar een geïmproviseerd podium, pakte de karaoke-microfoon, en begon wat mee te kwelen met muziek uit een Spotify-afspeellijst. Voor ons een mooi sein om terstond te vertrekken. Na nog een sicherheitsplasje konden we onze weg vervolgen richting Voorburg en de Hofstad.

Laatste stop! Drie Humane Hanen in zicht (inzoomen)

We roken de stal, dat was duidelijk. We marcheerden door de Herenstraat met al zijn mooie winkeltjes. Even dacht ik nog “we kunnen nu wel weer versnellen”, maar de dames maakten mij terstond duidelijk dat daarvan geen sprake kon zijn. Laura belde even met haar partner en met haar vriendin. Zij zouden haar opwachten en dan met haar naar Scheveningen gaan. Daar stond haar hoofd eigenlijk niet naar, zeker na onze verhalen over drukte en agressiviteit op Gevers Deynootweg en Boulevard. En ook gezien haar fysieke toestand leek het haar geen goed plan. Dus deze strandactiviteit werd afgeblazen, zo vernamen Lianne en ik tijdens het afluisteren van het telefoongesprek.

We waren nu vlak bij het fraaie appartementencomplex van Lianne en Roy, maar we lieten ons niet verleiden tot nog een extra stop daar. Via een ingenieus stelsel van parkjes stoomden wij, terwijl wij de toenemende hitte trotseerden, op richting Den Haag, richting het Haagse Bos. We begroetten veel honden en hun baasjes, die druk doende waren met de ochtendwandeling. Wijzelf waren eerder bezig aan een verlengde avondwandeling, gezien het feit dat we al 10 uur aan het struinen waren. Af en toe stuitten wij op de aanduidingen van de nog resterende kilometers, en dat gaf onze burger moed. We onderschreden het spoor door het Van Goghtunneltje en vervolgden onze weg door Mariahoeve. Lianne vertelde hier over de school (het St Pauls College) waar zij had gewerkt en sinds kort weer parttime werkt. Ook wees zij ons erop dat vlakbij de voor zes mensen fatale explosie aan de Tarwekamp had plaatsgevonden. Al kletsend over deze en andere zaken staken wij de Bezuidenhoutseweg over en betraden we het Haagse Bos voor een aantal kilometers lekker in de schaduw.

Het Haagse Bos is lang en uitgestrekt zo midden in de stad. Rechts van ons in de verte Paleis Huis ten Bosch, maar wij moesten direct linksaf voor onze tocht richting Centre Ville. Ook hier gaven fraaie kilometerbordjes aan dat het leed snel geleden zou zijn, tot grote opluchting van mijn vrouwelijk gezelschap. Want ze zaten er nu toch wel finaal doorheen. Voor ons liep een groepje vrouwelijke medewandelaars stevig te roken, hoe krijg je het toch voor elkaar. Ik zal antirook-lobbyisten Wanda de Kanter en Benedicte Ficq (beiden LinkedIn-connecties van ondergetekende) eens op ze afsturen, bedacht ik mij grimmig. We struinden langs het Juliana-standbeeld bij de Koekamp (het is eigenlijk een hertenkamp maar dat terzijde) en staken bij de Laan van Reagan en Gorbatsjov de drukke Bezuidenhoutseweg over richting de grote overheidskantoren. Het zat er bijna op!

Verhitte Humane Hanen

Na de passage van het fraaie Muzenplein met uitzicht op mijn al even fraaie kantoor marcheerden wij over de Turfmarkt richting de verlossende eindstreep vlak voor het Theater aan het Spui. Een plek waar Jantine, John en ik eind 2018 nog een Humanity Night hadden meegemaakt, met onder anderen Sigrid Kaag. Mooie ervaring was dat. We passeerden het markante stadhuis (in de volksmond: IJspaleis) en het al even markante Amare Cultuurpaleis. Ik zwaaide stiekem nog eventjes naar restaurant Rozey waar in februari de teerling werd geworpen voor deze succesnacht. En zie: even voor tienen in de ochtend overschreden wij het finishvod, luid aangemoedigd door Laura’s entourage en de cheerleaders aan de kant met hun pompoms. Twee Humane Hanen en een adoptie-Humane Haan hadden na alle ontberingen hun doel bereikt. De strijd was gestreden, het leed was geleden. En ik was zo trots op mijn metgazelles. De dames waren helemaal verrot en kapot, en ook ikzelf voelde even de vermoeidheid en de slopende kilometers van de benauwde nacht en de daarop volgende warme zonovergoten ochtend.

Tegen inlevering van onze vestjes, en op vertoon van onze stempelkaarten ontvingen we onze welverdiende medailles. Wat was het een mooie memorabele tocht geweest, en wat had men dat toch perfect georganiseerd! Met een verkoelende drank (traktatie van Laura’s vriendin) kwamen we weer een beetje op verhaal. Maar toch ging mijn zorg vooral uit naar Lianne: zij was compleet aangeslagen door alle ontberingen. En ze was nog niet thuis. Snel bestelde ze een Über-taxi om zich naar Voorburg te laten vervoeren. Intussen namen we middels een stevige omhelzing afscheid van Laura en de lieve mensen die haar (en ons) waren komen begroeten. Laura had het heel fijn gevonden om in ons gezelschap bijna 30 kilometer voortgebanjerd te hebben. En dat was wat Lianne en mij betreft geheel wederzijds.

We did a thing!

Vlak nadat chauffeur Mo met zijn taxi was voorgereden om Lianne naar huis te transporteren slofte ik op mijn dooie gemak richting Centraal Station om van daar via Rotterdam (!) de trein naar huis te nemen. Op het alleraardigste Goudsche Station werd ik opgewacht door Elfriede en haar vriendin Marianne. Wat een prachtig comitée van ingeleide! Zij hadden gedacht een strompelende stramme man uit de trein te zien komen, maar de werkelijkheid was anders. Gezellig keuvelend marcheerden we naar ons mooie huisje, waar we met een kopje koffie dan wel thee de gebeurtenissen van de afgelopen nacht doornamen.

Omdat ik ook de rest van de dag niet kapot te krijgen was togen Elfriede en ik nog diezelfde avond naar ons favoriete Afrikaanse restaurant Vegan Africa (aanrader!) voor een copieus en buitengewoon lekker Eritrees maal. Met definitief wél alcohol, in de vorm van een Eritrees biertje door vrouwen gebrouwen. Ik ben geen drinker, maar deze had ik toch wel even verdiend. Ik kon terugzien op een geweldige nacht, wat mij aangaat inderdaad nú al hét hoogtepunt van 2026! Wel vond ik het ontzettend sneu voor Jantine en John, en ik hoopte allereerst dat ze snel zouden herstellen van hun fysieke ongemak.

Op de maandag (godzijdank had ik vrij genomen!) werkte ik alweer een stevige hersteltraining van ruim 10K af. De kilometertijden werden maar weer eens flink onder de 10 minuten gedrukt. En dat zonder pijntjes, maar met totale ontspanning. Die dag, en ook de dagen erna, voelde ik mij ongekend relaxed en krachtig. In tijden had ik mij niet zo goed gevoeld. Een verademing na al dat gedonderjaag van de laatste weken.

En op een mooie doordeweekse dag op kantoor, twee weken na de Nacht der Nachten, verscheen opeens collega Igor aan mijn tafel. Hij, een Bosnische oorlogsvluchteling uit 1992, voelde zich aanvankelijk niet echt welkom in ons land. Later kwam dat gelukkig wel goed. Hij sprak zijn bewondering uit voor onze monstertocht op 20/21 juni, zei zachtjes dankjewel tegen mij, vertelde over zijn ervaringen in Bosnië én in Nederland en meldde en passant dat ook hij alsnog een donatie zou doen. Mijn gemoed schoot pruttelend vol. Geweldig! Hierdoor was het eindtotaal voor de Humane Hanen op €1225 gekomen, een mooi resultaat zo vonden wij allemaal!

Op vrijdag 10 juli hadden de Humane Hanen de finale debriefing bij Jantine, John en Emilie thuis. Voor Roy had ik stiekem alsnog een medaille geritseld bij de organisatie, dat had hij wel verdiend dacht ik zo. Jantine en John kregen van ons een pak nachtpampers voor mocht het de volgende keer weer misgaan. Dan hadden ze geen smoes meer. Just kidding – u kent het van mij. En zo sloten wij een al met al succesvol en memorabel evenement af, ondanks de gedwongen afwezigheid van Jantine en John. Niets aan te doen natuurlijk, maar volgend jaar gaan we er weer vol tegenaan. Of dat andermaal tussen Rotterdam en Den Haag zal zijn: dat valt te bezien. Maar gaan zullen we: ik ben inmiddels stevig aangestoken door het NvdV-virus.

Humane Hanen are go!!

P.S. lees vooral ook Lianne’s gastcolumn over de Tocht der Tochten die hier binnenkort verschijnt. Eerst gaan Roy en zij nog twee weekjes naar Zuid-Korea, maar daarna schroeft ze de dop van de vulpen en gaat ze helemaal los. Watch this space!

2 reacties

  1. Wat een waanzinnige nacht en een enorm bijzondere ervaring was het! Al was het (voor sommigen van ons) een flinke beproeving, we hebben het maar wel mooi geflikt met ons groepje. Ik ben heel trots en blij dat het verjaardagscadeau zo’n succes was dat ik er een tweede verhaal aan mag wijden.

    Hup Humane Hanen <3

    1. Ik ben net zo trots en blij als jij Lianne! Wat hebben Laura, Roy en jij samen met mij een monsterprestatie geleverd! En wat was het jammer dat we Jantine en John (door nood gedwongen) moesten missen.

      Ik kan niet wachten tot jouw visie op het hele gebeuren met de wereld gedeeld kan worden. Het zal een prachtverhaal worden!

      Hup Humane Hanen <3

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.