Lieve lezer,
Een hele tijd geleden, in februari 2024 om precies te zijn, werd op deze website aangekondigd dat er gastcolumns zouden verschijnen. Ik wist toen al stiekem dat ik de verantwoordelijkheid zou dragen voor de eerste gastcolumn, en ik heb (veel te) lang gedaan over het kiezen van het juiste moment, het juiste verhaal, de juiste vorm, weet ik het. Zo’n verantwoordelijkheid kan je parten gaan spelen. Toch wil ik niet de reden zijn dat mijn vader beschuldigd kan worden van valse beloftes, dus toen hij mij vroeg om het tweede deel van het verhaal over de Nacht van de Vluchteling te schrijven wist ik dat dit het juiste moment was. Het was namelijk een prestatie die we samen hebben volbracht, dus een waardig onderwerp voor zo’n eerste gastcolumn! Verder leg ik er niet al te veel druk op.
Zal ik mezelf eerst eens voorstellen? Zoals U in deze introductie heeft kunnen lezen, ben ik de dochter van Peter. De jongste, om precies te zijn, want hij heeft er twee. In zijn eerdere verhalen bent U mij misschien wel al tegengekomen. Ik ben Lianne de Haan, 29 jaar oud en soms ga ik hardlopen of wandelen, net als mijn vader. Het is zelfs door mijn vader dat ik ben aangestoken met het wandel- en hardloopvirus (of is het dan een genetische afwijking?). Mijn vader gaat er regelmatig op uit om gigantische afstanden te wandelen, en hoewel ik nog niet zo ervaren ben, heb ik al een redelijk aantal kilometers op mijn naam staan! Maar om in zijn voetsporen te treden als het gaat om het schrijven… Tja, dat zijn flinke shoes to fill. En mijn wandelschoenen zijn toch echt maar maatje 38.
(Ik heb geen idee wat mijn vaders schoenmaat is, maar omwille van deze beeldspraak ben ik er vanuit gegaan dat het niet maat 38 is. Lijkt mij een veilige aanname.)


Dit avontuur begon toen mijn zus Jantine en ik afgelopen januari naarstig op zoek waren naar een geschikt cadeau voor onze vader. Iemand heel goed kennen maakt dat soms juist moeilijker dan een cadeau vinden voor iemand die verder van je afstaat: dan koop je een fles wijn (maar mijn vader drinkt niet), een boek (maar ik weet dat hij er daar al meer dan genoeg van heeft) of een giftcard (maar mijn vader is niet zo van de materialistische dingen). Als je iemand écht kent weet je vooral ook wat ze allemaal stom vinden. Het moest iets zijn wat we samen konden doen, daar waren we het over eens. Iets actiefs, misschien iets met wandelen? We hadden al eerder een wandeling gedaan om geld op te halen voor een stichting die zich bezighoudt met de Katwijkse ziekte, waarvoor we samen een mooi bedrag hadden opgehaald. Mijn vader houdt er wel van om zich in te zetten voor een betere wereld en is daarbij op politiek gebied, ahem, nogal uitgesproken. Een actieve groepswandeling met maatschappelijke betrokkenheid… dat moest de Nacht van de Vluchteling worden! Een wandeling van 40 kilometer van Rotterdam naar Den Haag om geld op te halen voor Stichting Vluchteling. Ik kende het al omdat ik er zelf ooit op één van de rustpunten de deelnemers heb aangemoedigd door middel van een piano- en zangoptreden, en omdat mijn zus en haar vriend (nu haar man) hem ook al eens hebben gelopen. Dus we schreven op een kaart dat mijn vader zich ter ere van zijn verjaardag een hele nacht lang zijn voeten onder zijn lijf vandaan mocht wandelen en konden goed voorbereid op het verjaardagsfeestje verschijnen.

Nadat hij van de schrik bekomen was begon het enthousiasme. Eerst kwam een fase waarin we twijfelden over van alles: wat onze teamnaam zou worden, wat ons streefbedrag zou zijn en wie er mee zouden gaan. Dat laatste was omdat Jantine en ik met dit wilde plan waren gekomen, en dat het onze partners vrij stond om mee te gaan als ze dat wilden. John, de man van Jantine, was eigenlijk meteen van de partij. Elfriede, de vrouw van mijn vader, liet al gauw weten dat dit niet aan haar was besteed. Logisch, 40 kilometer wandelen in het holst van de nacht is ook eigenlijk helemaal geen pretje, maar ik zat op dat moment nog in een heel optimistische ontkenningsfase. Roy, mijn vriend, had nog wat bedenkingen. Hij had recent te maken gehad met een aantal blessures en was niet van plan om er weer eentje aan de verzameling toe te voegen. Ook zou hij de middag voor de Nacht een voetbaltoernooi spelen, dus zou dan lichamelijk al een hoop van zichzelf gevraagd hebben nog voordat de wandeling zou beginnen. Toch kon hij het niet over zijn hart verkrijgen om de gezelligheid te missen, en sloot zich ook aan bij het team. Dat team kreeg uiteindelijk de naam Humane Hanen, vernoemd naar de familie die de basis ervan legde. We hadden al bedacht dat het daar iets mee te maken moest hebben, maar bleven maar met allerlei woordgrapjes (Les Coqs Sportifs, Roosters on the Run, etc.) komen, waardoor het kiezen steeds moeilijker werd. Uiteindelijk hakte mijn vader de knoop door, omdat we het inschrijven maar voor ons uit bleven schuiven door de besluiteloosheid en het stom zou zijn als we te laat zouden zijn om onze plek nog te bemachtigen. Mijn vader en ik waren op dat moment uit eten in Amsterdam en we pakten meteen onze telefoons erbij om daad bij het woord te voegen. Het laatste obstakel, het nog te bepalen streefbedrag, werd daarmee direct opgelost omdat we in een onbegrijpelijk systeem terechtkwamen waarbij het team een streefbedrag had, maar de individuele accounts ook, en die werden dan bij elkaar opgeteld, en mensen konden ons individueel sponsoren, of het team, maar dat kwam wel in hetzelfde potje, maar iedereen kon zich zomaar aansluiten bij ons team, en de website bleef ons maar in rondjes sturen, en??? We snapten er niks van, hebben even de tijd genomen om de website flink uit te schelden, en besloten uiteindelijk dat het streefbedrag eigenlijk helemaal niet zo boeiend was, als er maar geld binnenkwam.
Toen konden de voorbereidingen eindelijk beginnen. Hoofdzakelijk was dat natuurlijk het ophalen van een mooi bedrag. Ongehinderd door een streefbedrag zijn we allerlei mensen, familieleden, collega’s, vrienden en sociale mediaconnecties om bijdragen gaan vragen. Roy en ik deden dat een beetje samen, haalden hier en daar wat leuke bedragen op met lieve aanmoedigingen van de sponsoren. Mijn vader was, voordat we het goed en wel in de gaten hadden, een heus marketingoffensief gestart en liep met groot gemak ver op ons vooruit met het opgehaalde geld. Achteraf gezien had dit ons een vermoeden kunnen geven van hoe de Nacht van de Vluchteling zelf zou gaan verlopen…
Ook moest er natuurlijk gewinkeld worden. Een goede voorbereiding is het halve werk, dus we wilden ervoor zorgen dat het ons aan niks zou ontbreken tijdens de wandeling. Rugzakjes, lampjes, blarenpleisters, snacks, waterflessen, Betadine, wandelsokken… de Decathlon heeft weer goede zaken met ons kunnen doen. Een deel van deze spullen had ik zelf al, omdat ik samen met mijn vader was gaan winkelen voor een treinreis door Europa die ik in mijn eentje had gemaakt in de meivakantie. Daar heb ik ook een hoop kilometers afgelegd aan de voet van de bergen bij Interlaken in Zwitserland, in het Boheems Paradijs in Tsjechië en tijdens een stadswandeling door Berlijn. Niet de minste plekken om te trainen voor het afleggen van lange wandelingen! Roy was hier echter niet bij, dus kon ik alsnog lekker shoppen zodat hij ook helemaal uitgerust was.


Mijn vader, Jantine en ik hebben ook nog een keer samen getraind. We zijn toen met zijn drieën in Rotterdam gestart, net als we op de Nacht zouden gaan doen. Deze keer zou onze wandeling ons nog niet helemaal naar Den Haag brengen, maar naar Vlaardingen. Dat was toch al goed voor ongeveer 27 kilometer, en die vielen me eigenlijk al helemaal niet mee. Niet omdat ik het niet naar mijn zin had of omdat ik de conditie er niet voor had, maar voor het eerst voelde ik toen een soort zeurende pijn in mijn rechterheup. Die kwam zelfs al vrij snel opzetten, maar ik liet me er niet door uit het veld slaan. We speculeerden over of het door het gewicht van mijn wandelschoenen zou komen of dat het een andere reden had, maar de pijn werd er niet minder van. Wel had ik het geluk dat het meteen stopte op het moment dat ik stilstond. Hierdoor lukte het prima om de tocht voort te zetten die voor de rest hartstikke leuk was! We hebben een stukje door Rotterdamse stadsparken gelopen, over een leven in de mooie huisjes in Overschie gefantaseerd en schattige koeien gespot in de buurt van Vlaardingen. De pijn in mijn heup was vast gewoon even een vervelend kwaaltje waar ik snel vanaf zou zijn.


Of ten minste, dat dacht ik op dat moment nog. Op de dag voor de Nacht van de Vluchteling was het tijd om de laatste voorbereidingen te treffen. We hadden gereserveerd bij Happy Italy op de Kop van Zuid, we keken tevreden naar ons dashboard waar onze sponsors een bedrag hadden achtergelaten dat richting de €1200 dreigde te stijgen en ik hoefde alleen nog wat spulletjes te halen in de stad terwijl Roy zijn voetbaltoernooi speelde. Toen gebeurden er drie vervelende dingen:
- Jantine en John moesten zich ziekmelden. Ze hadden buikgriep opgelopen, waardoor het ze uiteraard niet ging lukken om mee te lopen. Superjammer natuurlijk! We hadden er samen naar uitgekeken, maar toen ik laatst buikgriep had vond ik het al een hele opgave om naar de huisarts aan het eind van de straat te lopen, laat staan 40 kilometer van Rotterdam naar Den Haag, midden in de nacht. We moesten ze maar in gedachten meenemen.
- Tijdens het winkelen kwam opeens de pijn in mijn heup weer terug. Ik hoopte nog dat het door mijn platte sneakers kwam en dat ik na een metroritje en met een ibuprofen wel weer de oude zou zijn. Dat bleek uiteindelijk wel anders: de pijn die op dat moment begon heb ik de hele 40 kilometer met me mee gesjouwd.
- Het voetbaltoernooi van Roy was abrupt geëindigd nadat een speelster onwel was geworden en op het veld moest worden gereanimeerd. Hoewel we daardoor met minder haast naar Rotterdam konden reizen en Roy zijn lichaam die dag een stuk minder had belast dan we aanvankelijk hadden verwacht, is dat natuurlijk wel een heel nare situatie om mee te maken. Gelukkig kregen we wel het bericht dat de speelster het incident had overleefd.
We besloten om de tegenslagen te accepteren voor wat ze waren en ons strijdplan te overleggen over borden pasta en pizza. De koolhydraten en andere brandstoffen konden we goed gebruiken, dus ondanks dat we alle drie op een gegeven moment nog nauwelijks in onze sportbroeken pasten, namen we nog een ijsje toe. Tijdens het eten zorgden we er nog even voor dat de teller écht op €1200 stond met een donatie uit eigen zak. Zo’n mooi rond getal deed ons goed. Ons plan was als volgt: we blijven bij elkaar, we gaan spaarzaam om met de energie, we motiveren elkaar maar soms even in stilte lopen is ook wel lekker en voor de rest… de ene voet voor de andere zetten. Heel veel meer kan je er niet van maken! We wisten dat ons een grote opgave te wachten stond, maar we gingen er een gezellige nacht van maken. We hadden geen streeftijd, het geld was al binnen, we hadden niks om te bewijzen. Gewoon lekker lopen.
Bij het startpunt bleek dat de organisatie toch van plan was om de spanning op te laten lopen door ons een half uur voor de ingang van het startpunt in de rij te laten staan. Niemand wist goed waarom we daar stonden en bij sommige mensen om ons heen begon de irritatie al toe te slaan, maar wij probeerden onze rust te bewaren voor de wandeling. Daarbij was ik veel te druk bezig met oogcontact te vermijden met een cameraman en een interviewer die mensen in de rij bevroeg over hun motivatie om mee te doen aan de Nacht van de Vluchteling. Ik stond niet te springen om met mijn gezicht op een lokale nieuwszender terecht te komen, dus dat heb ik gelukkig kunnen vermijden. Als ze het echt willen weten lezen ze dit verhaal maar.
Voordat het echt te lang ging duren mochten we naar binnen, waar de start dan echt in zicht was. We verzamelden hesjes, water en selfies en verzamelden ons uiteindelijk bij de grote deur van Fenix. Het Rotterdamse museum over migratie was het toepasselijke startpunt van deze tocht. Ze hadden er een flink feestje van gemaakt: er stond keiharde muziek aan en een hoop vrijwilligers om ons aan te moedigen. De zon was al bijna onder en onze eerste mijlpaal zou de Erasmusbrug zijn. Roy en mijn plan om rustig te starten en de energie te bewaren werd in de Happy Italy nog met enige tegenzin geaccepteerd door mijn vader, maar in de praktijk bleek dat lastiger. Hij ging er met een flinke pas vandoor en het werd ons duidelijk dat het aan ons was om gedurende de Nacht een tandje bij te zetten, maar aan mijn vader was het om ook soms zijn natuurlijke bizar hoge tempo in te perken omwille van het groepsaspect van de groepsactiviteit.
Na de Erasmusbrug liepen we langs de Euromast naar de Coolhaven en de Delfshavense Schie. Waar ons nachtprogramma pas net was begonnen, kwamen we een hoop mensen tegen die al even bezig waren met dat van hen. Enigszins beschonken vroegen sommigen van hen wat deze stoet met mensen in felgele hesjes te betekenen had. Toen wij het uitlegden waren sommigen enthousiast en wensten ons veel succes en plezier, anderen moesten er even over nadenken en reageerden toch maar met een “AZC: weg ermee!”. Tsja, buiten de positieve bubbel van de Nacht van de Vluchteling zijn er ook mensen die vinden dat mensen die voor oorlog vluchten géén humane opvang verdienen. Ik was het door alle feestelijkheid bijna even vergeten. Ik bedacht me dat ik zo in ieder geval wist waarvoor ik het deed. Of nou ja, niet waarvóór ik het deed, want deze kilometers waren absoluut niet ter ere van deze mensen, maar wel waarom we het doen.
Nadat we heel even genoten van de muziek van een harpiste onder een viaduct in de buurt van PI de Schie, liepen we door naar het eerste rustpunt in Overschie. Weer liepen we langs de schattige huisjes, maar deze keer was het al echt donker geworden. Het viel me mee dat we al bij het eerste rustpunt waren, voor mijn gevoel waren we pas net vertrokken! In de kerk kregen we drinken, verdienden we een stempel op de kaart en besloten we, ondanks de energie die we nog hadden, wel even rust te pakken. We zouden het op een later moment vast goed kunnen gebruiken.

Toen we verder liepen en ons met vestjes voorbereidden op de wat koelere nacht, kwamen we al snel iemand tegen die een belangrijk onderdeel van onze tocht zou worden. Mijn vader sprak een meid aan die zich voorstelde als Laura. Ze liep de Nacht van de Vluchteling alleen, omdat ze niemand zo gek had gekregen om mee te gaan. Tot aan de volgende stop in Delft kletsten we over van alles en nog wat, en toen we daar aankwamen spraken we af dat ze bij ons groepje zou blijven als ‘geadopteerde Haan’.
In Delft namen we weer even de tijd om te rusten onder het genot van een koffietje en wat van onze eigen snacks. Er stonden wel overal potten met snoep, maar we waren het er allemaal over eens dat ze daar een verkeerde inschatting in hadden gemaakt: we hadden het graag in willen ruilen voor een bittergarnituur. Ook wat we zelf meehadden was overwegend zoet, want dat is vaak makkelijker buiten de koelkast te bewaren, dus onze trek in iets hartigs bleef toenemen. Tot overmaat van ramp stond er een muzikant op een soort grote klankschaal te spelen. Nu vond ik dat best vermakelijk, maar mijn vader was er niet van gecharmeerd. Smaken verschillen natuurlijk, maar tegen die tijd hielpen de feestelijke deuntjes beter in de strijd tegen de slaperigheid dan de harpiste onder het viaduct had gedaan.
Het volgende deel van de tocht zou ons naar Pijnacker begeleiden. Inmiddels was het echt donker, en we kwamen hier en daar paden tegen die niet verlicht waren. Normaal gesproken is dat misschien een beetje griezelig, maar met een hele stoet aan gele hesjes was het makkelijk om te zien waar we heen moesten en voelden we ons niet alleen. Onderweg werden we soms verrast door mensen die waren ingezet om ons een hart onder de riem te steken met wat lekkers: een persoon op stelten deelde lolly’s uit en later kwamen we een ijskraam tegen die ons een sorbetijsje aanbood. Deze momentjes deden ons goed, want bij zowel Roy als mij begonnen de blessures een steeds groter probleem te worden. Roy dreigde echt last te krijgen van zijn enkel die al twee zomers achter elkaar gescheurd was geweest en mijn heuppijn werd steeds meer aanwezig. Ook Laura had het best zwaar, vooral door de vermoeidheid. De enige die nog in onveranderde topvorm was, was mijn vader. Die vroeg zich af hoe het toch kon dat hij eigenlijk nergens last van had en stond bij elke pauze die wij drie namen te springen om weer verder te (snel)wandelen.

Nu ik dit schrijf doet het mij denken aan een wandeling, of zeg maar gerust hike, die Roy en ik recenter hebben gedaan. Zoals mijn vader al vertelde toen hij deze gastcolumn aankondigde in zijn verhaal over de Nacht van de Vluchteling, is de reden dat U even op mijn verhaal hebt moeten wachten een reis naar Zuid Korea. Dat waren twee geweldige weken waarin we op verschillende plekken in het land zijn verbleven: Seoul, Busan, Gyeonju en Pohang. In Zuid Korea is een land waar eindeloos veel cultuur en eten te ontdekken is, we hebben er meerdere paleizen en boeddhistische tempels bezocht en ons helemaal volgevroten met bibimbap, gimbap, noedelsoep, bulgogi en gefrituurde kip met een flesje soju (rijstlikeur) erbij. Ook hebben we de DMZ (Demilitarized Zone) langs de grens met Noord Korea bezocht, moesten we soms nodig afkoelen in de Japanse Zee én hebben we de wandelschoenen aangetrokken voor twee waanzinnige hikes. De tweede, in de buurt van Pohang, liep door een vallei met watervallen en was relatief makkelijk, maar die eerste was wel even anders. Ik had bedacht dat wij een hike van 14,4 kilometer wel aankonden, zeker nadat we potverdorie de Nacht van de Vluchteling hadden gelopen! Deze hike zou plaatsvinden in Bukhansan Park, een natuurgebied in de buurt van Seoul. Vol goede moed namen we een taxi naar het beginpunt en begonnen aan het plan. We hadden al gezien dat het eerste stuk het meest uitdagend zou zijn, daarna zou het ons weer bergafwaarts langs 12 oude poorten leiden, terug naar het beginpunt. Lieve lezer, wij hebben geen poort gezien. Waar de hike met door steen en wortel gevormde trapjes begon, moest wij al gauw op handen en knieën de rotsen op klauteren. Het pad leek steeds minder op een pad en steeds meer op een rotswand waar er soms voor de aardigheid een staalkabel was gespannen om je aan op te trekken en soms ook niet. De twee liter water die we mee hadden raakte al gauw op omdat dit alles zich afspeelde met een temperatuur van ongeveer 35 graden Celsius en een heel hoge luchtvochtigheid. Na uren klimmen, maar pas twee kilometer verplaatst te zijn (dat werkt toch anders hier in het platte Nederland), bereikten we de eerste top met een prachtig uitzicht en besloten we dat het wel genoeg was geweest en dat we aan onze afdaling gingen beginnen langs het pad waar we ook omhoog waren geklommen. Terwijl dit allemaal gebeurde werden wij links en rechts ingehaald door Koreaanse mannen en vrouwen die er minstens zo oud uitzagen als mijn vader. Het leek wel alsof zij op een ander pad liepen dan wij, als een soort berggeitjes huppelden zij naar boven. Wie ooit heeft gezegd dat je fysieke gesteldheid afneemt na je 35ste levensjaar heeft nog nooit een Koreaan of mijn vader ontmoet.


Toen we bijna bij het rustpunt in Pijnacker aankwamen, kwam de zon op. Dat zorgde voor een spectaculair plaatje, met mooie kleuren in de lucht boven de kassen en weides. Dat moment was aan de ene kant een vreemde gewaarwording, we beseften dat we echt een nacht slaap hadden overgeslagen en een nieuwe dag was aangebroken. Toch motiveerde het ons ook om door te zetten, we waren nu dan ook echt al een heel eind gekomen!

Aangekomen bij de Balije Tuin in Pijnacker, werden onze gebeden eindelijk verhoord: er waren bitterballen. Zowel niet als wel vegetarische, het kon niet op! Ik heb dankbaar uit beide schalen gepakt, terwijl ik maar weer eens aan een kopje koffie zat te slurpen. Het allerliefst had ik een veel beter passend biertje erbij gehad, maar dan waren waarschijnlijk ter plekke mijn ogen dichtgevallen. Voor het eerst merkte ik dat ik echt heel moe was en mijn lichaam behoefte had aan slaap. Daarnaast werd de pijn in mijn heup wel echt heel vervelend. Dus daar zat ik, uitgeteld met een bitterbal en een kopje koffie, maar met weinig kleur in mijn gezicht. Ook Roy had het steeds zwaarder, hij ging er zelfs bij liggen om zijn enkel rust te geven. Het was hier dat hij aangaf dat hij niet wist of hij de eindstreep wel zou halen. Hij was namelijk niet van plan om weer een ernstige blessure op te lopen en had zich voorgenomen te stoppen voordat het te laat zou zijn, maar dat moment kwam nu toch wel sneller dan verwacht. Hij zou het aankijken tot aan Voorburg, waar we zowel langs de volgende stop én ons huis zouden lopen. Zeker als je het dan al zo zwaar hebt is de verleiding om je bed in te duiken heel groot. Ik ben er dan ook van overtuigd dat ze de route langs ons huis hebben laten lopen om ons te pesten. Ondanks het dipje waar we ons in bevonden, zetten we onze wandeling voort. Naar Voorburg dus, langs Nootdorp en Ypenburg.

Onderweg kletsten we vrolijk verder, ik met mijn vader, Roy met Laura en soms voegde zich nog een wandelaar toe aan onze gesprekken. Zo liepen we Nootdorp in, beklommen we een voetgangersbrug bij station Ypenburg vanaf waar we uitzicht hadden op de school waar ik werk. We zwaaiden naar de lege klaslokalen en besloten boven op de brug om weer even stil te staan en onze benen wat ontspanning te gunnen, tot grote verbazing van mijn vader. Ik denk dat hij er allang was geweest als hij deze wandeling zonder ons had gedaan, maar hopelijk hebben we het met de gezelligheid een beetje goed gemaakt. Onder de snelwegen door, langs industrieterreinen, over de Westvlietweg, liepen we uiteindelijk het oude centrum van Voorburg in. Nu stonden Roy en ik voor een keuze: naar links om de wandeling te vervolgen of naar rechts om naar huis te gaan? Roy koos het tweede, een keuze waar wij allemaal niets dan begrip voor hadden. Laura en ik hadden graag van zo’n goed excuus gebruikt gemaakt om ook naar bed te kunnen, maar helaas: die hadden we niet. Dus koos ik voor optie één: naar links, richting het Huygensmuseum waar buiten tafels vol lekkers op ons stonden te wachten bij het laatste rustpunt.
De stichting die dit rustpunt had georganiseerd had, naast allerlei koekjes, soepjes en Marokkaanse thee, ook aan de entertainment gedacht. Er stond een man met een microfoon bij een speaker waar Nederlandse hitjes op afspeelden, alleen hij keek wat beteuterd. Het was blijkbaar de bedoeling geweest dat hij de liedjes zou verrijken met zijn eigen stemgeluid, maar zijn microfoon was kapot gegaan. Ik stond naar hem te kijken en dacht aan de keer dat ik zelf op een rustpunt stond om de wandelaars toe te zingen. De muziek werd gespeeld door mijn vriend Merijn, die waanzinnig piano kan spelen, en zijn apparatuur had ons gelukkig niet zo in de steek gelaten. We speelden muziek terwijl de zon opkwam en we kregen daar van iedereen een grote glimlach voor terug. Het is een heel leuke herinnering en ik leefde mee met de man met zijn kapotte microfoon die waarschijnlijk had verwacht dat zijn optreden ook wat makkelijker zou verlopen. Blijkbaar zag hij mij kijken, of hij zag ons groepje en voelde zich door ons geroepen, want hij kwam bij ons staan en begon ons zonder al te veel aanmoediging van alles te vertellen over zijn leven, wat hij allemaal had meegemaakt, wat voor medicatie hij slikte en dat hij nog van zijn militaire dienst wist dat zo’n wandeling als dat wij deden heel zwaar is, voorál de laatste loodjes. Oef, thanks man. Niet helemaal het gesprek waar wij op zaten te wachten, maar dat signaal kwam totaal niet bij hem aan. Terwijl wij een beetje beduusd met een Marokkaans theetje op de klapstoeltjes zaten, ging hij onverstoord door met verhalen vertellen die ik me niet meer kan herinneren. Op een gegeven moment begon hij over het evenement. Hij zei dat het wel goed was wat we deden, want “sommige vluchtelingen hebben wel echt hulp nodig, maar er zitten er ook tussen die alleen maar-“. Hier werd het me genoeg. Iedereen die daar was, zat daar vanuit eenzelfde idee dat mensen die vluchten een humane opvang verdienen. Daar kan je uiteraard een hoop discussies over voeren, maar dit leek me niet het moment of het gezelschap. Dus dat heb ik hem verteld. Gelukkig had de man nog een hoop andere gespreksonderwerpen, dus hij ratelde blij verder. Laura, mijn vader en ik hebben zodra de mogelijkheid zich voordeed de benen genomen. De microfoon bleek weer te werken, en dat was onze uitweg.

De man bleek helaas wel gelijk te hebben. Die laatste loodjes wogen tónnen. Langs de parkjes in Voorburg liepen we naar Den Haag. Eerst nog onder de Van Goghtunnel door, een vrolijke tunnel waar ik ook altijd graag doorheen fiets vanwege de muurschilderingen van werken van Van Gogh. We liepen over de Carel Reinierzskade richting het Haagse Bos, en mijn vader moest aanhoren hoe Laura en ik klaagden over dat we niet meer konden, pijn hadden, moe waren, maar ook dat we het wel gingen redden en dat we elkaar over de finish zouden slepen als het nodig was. Het was een rollercoaster. Mijn werk waren we al tegengekomen, maar mijn vaders kantoor, dat onderdeel is van de skyline van Den Haag, kwam steeds dichterbij. Dit betekende dat het einde echt in zicht was: zijn kantoor staat namelijk op de Turfmarkt en de finish was enkele tientallen meters verderop bij het Theater aan het Spui.


De laatste meters waren echt onwerkelijk. Het is bizar om op zo weinig slaap en zo weinig reserves in je lichaam te beseffen dat je zojuist van Rotterdam naar Den Haag bent gelopen. Gelukkig liet de organisatie van de Nacht van de Vluchteling er geen twijfel over bestaan: met gele ballonnen, vrijwilligers die met cheerleaderpompons stonden te dansen en de keiharde feestmuziek die we ons nog konden herinneren van de start werden we opgewacht. We waren blij, maar kapot. Laura en ik dan, mijn vader liep erbij alsof hij een wandelingetje door het park had gemaakt. Maar ook hij was uitzinnig en trots over wat we voor elkaar hadden gekregen, en twee vrienden van Laura die haar bij de finish hadden opgewacht maakten foto’s van ons en zorgden ervoor dat wij lekker konden gaan zitten met een drankje.
En toen… was het voorbij. We kletsten nog even, maar Laura nam op een gegeven moment afscheid van ons. Daarna zaten mijn vader en ik daar samen in het Theater aan het Spui. We waren dit avontuur begonnen met een team van vijf, moesten toen uiteindelijk starten met zijn drieën, adopteerden een vierde lid, verloren er onderweg toch nog één, zeiden bij de finish vaarwel tegen ons adoptieteamlid en toen waren we nog met zijn tweeën over. Toch voelde het als een echte team effort: we hadden ons met zijn vijven voorbereid, het geld opgehaald en tijdens de tocht hebben de aanwezigen elkaar er doorheen gesleept. We waren het erover eens dat het een heel bijzondere ervaring was en dat we er maar trots op mochten zijn!

Toen mijn vader voorstelde om samen naar het station te lopen heb ik hem toch op de valreep nog moeten teleurstellen. Het zal er niet meer in, het leek wel of mijn beenspieren zo strak gespannen waren dat ik ze niet meer kon buigen. Ik vertelde hem mijn laatste plan: ik ging een Uber recht voor de deur van het theater laten komen, en die zou mij vlak voor de deur van mijn huis afzetten. Zelfs tegen de stappen die ik daarvoor nog moest zetten keek ik op. Dus vergezelde hij me naar de witte auto die op me stond te wachten en daar namen ook wij afscheid van elkaar. De chauffeur moest even wachten op ons, want het bewegen ging niet meer zo snel, maar toen ik eenmaal zat vroeg hij nieuwsgierig op wat voor evenement ik was geweest. Ik vertelde hem over de Nacht van de Vluchteling, de route van 40 kilometer lang van Rotterdam naar Den Haag, over Stichting Vluchteling en over het bedrag wat we bij elkaar hadden verzameld. Na af en toe een “wow’ en “zo dan!” werd hij stil. “Dank jullie wel”, zei hij toen zacht. Ik vroeg hem of hij ons bedankte omdat hij zelf vluchteling was. En wat bleek? Hij was gevlucht uit Syrië. “Veel problemen”, zo vertelde hij. Ik vroeg: In Syrië of ook in Nederland?” “In Syrië!”, verzekerde hij me. “In Nederland is het heel goed!”. Hij vertelde dat hij maar één keer iemand tegengekomen was die hem een toerist had genoemd in plaats van een vluchteling. Dat was, nadat hij uit het AZC was gekomen, zijn eerste buurman in Vlissingen geweest. Hij was niet boos geworden, maar had de man uitgenodigd om bij hem te komen eten. Toen heeft hij zijn verhaal aan hem verteld en de hele avond gegeten en gepraat. “Toen was hij mijn vriend”. Hij zei ook dat hij wel snapte dat mensen in Nederland moeite hadden met vluchtelingen. “Ze snappen het gewoon niet, ze kennen mijn verhaal niet”. Ik probeerde hem nog te overtuigen dat als die mensen zo nodig een mening moesten hebben, dat het aan hen was om te leren om het te begrijpen, maar hij was er minder boos over dan ik. “Gelukkig zijn er mensen zoals jullie, die iets voor een ander doen. Daar gaat het om.” Toen was ik stil.
Eenmaal thuisgekomen heb ik mijn schoenen uitgeschopt, heb ik nog slechts het woord “kapot” in de groepsapp van de Humane Hanen weten te sturen en heb ik naast een al diep slapende Roy de beste nachtrust ooit gehad.


Wat gááf Lianne!
Je hebt een prachtig relaas gecomponeerd over de Nacht der Nachten waardoor het, als ik het lees, net lijkt alsof ik erbij was.
Just kidding natuurlijk: ik was er gloeiend bij die nacht!
Je schrijft op een heel mooie, dartele en vrije manier, waarbij je – als gaat het vanzelf – allerlei gebeurtenissen en gebeurtenisjes aan elkaar verbindt. Jouw kijk op de zaken is heel aanvullend op de mijne. Onze verhalen kennen de nodige dwarsverbandjes en overeenkomsten, maar soms, heel soms, lopen de lezingen ook wat uiteen. En dat laatste maakt het er alleen maar mooier op. En het totale verhaal completer.
Wat ook heel mooi is, is dat jij de lezer inkijkjes geeft in de hele aanleiding van onze deelname aan de Nacht, en in jouw/jullie hiking-avonturen in Zwitserland, Tsjechië en last but not least Zuid-Korea.
Maar het aller-indrukwekkendste heb je voor het laatst bewaard: de gebeurtenissen in de Uber met Mo, de Syrische vluchteling. Heel ontroerend, en perfect aanvullend op mijn verhalen over David uit Zaïre en Igor uit Bosnië. Het geeft mij opnieuw een ongelooflijk fijn gevoel te weten waar we dit allemaal voor hebben gedaan!
Beste Lianne,
Goed om te zien dat de gast column nu actief is en wel met een hele mooie opening.
Bijzonder dat je dit met je vader hebt mogen doen.
Niet alleen heb je het wandel-dna meegekregen, ook het schrijf-dna is zeker niet verborgen gebleven, dat is duidelijk.
Nieuwe columns zie ik graag tegemoet van je.
29 alweer zie ik, het is een cliché ik weet het, maar de tijd vliegt, vooral als men ouder wordt.
Ik weet nog goed toen je net geboren was, wij kwamen op kraamvisite en je vader bracht ons terug omdat hij naar Leiderdorp ging. Maar niet voordat hij de flinke stapel geboortekaartjes had gepost!