Mauie stad achteâh duh duineh

Geplaatst door

Zondag 6 maart bracht schrijver dezes naar het Malieveld in Den Haag. Dit uit de kluiten gewassen trapveldje was enige jaren terug het toneel van een legendarisch concert van de Britse formatie Coldplay. Legendarisch omdat aan het eind van de avond zanger Chris Martin het publiek onthaalde op een prachtige Coldplay-versie van Oh oh Den Haag, het officiële Haagse volkslied. Als het Malieveld een dak had: het was eraf gegaan. Als Harry Klorkestein dood was geweest: hij had zich in zijn graf omgedraaid.

Oh Oh Den Haag, beautiful city behind the dunes…

Al even legendarisch was het zinderende optreden van Samson en Gert in 1997, mijn oudste dochter van bijna 23 heeft het er nog steeds over indien en zodra ze eraan herinnerd wordt. En ook ik schrik er nog regelmatig wakker van na een avondje zwaar tafelen.

Tenslotte – en nou hebben we het over mijn jeugd – verscheen het gezin De Haan in de zeventiger jaren regelmatig op de aldaar georganiseerde Pasar Malams, waar menig saté kambing, lumper en rempejek mijn knorrend maagje mochten vullen en waar de Krontjong-muziek de oorschelpen teisterde. Pas aan het eind van dat decennium kwam Massada dat allemaal goedmaken.

Gisteren echter was ik op het Malieveld voor mijn derde achtereenvolgende optreden op de City-Pier-City halve marathon. En ik had wat goed te maken. De vorige twee afleveringen hadden telkens een uiterst matige tijd opgeleverd. Gezien de vorm van de laatste maanden lag een CPC-péé-erretje dan ook wel voor de hand.

De CPC-loop was alweer de derde in een serie halve marathons dit jaar die voor mij als bakens en meetpunten fungeren in mijn trainingsopbouw naar de Leiden Marathon op 22 mei aanstaande. Om de vier weken had ik er eentje gepland. In de tussentijd ging en ga ik gestaag door met het uitbouwen van de afstanden naar maximaal 36 kilometer. Twee weken geleden bereikte ik al de 26 kilometer, een beproeving van twee uur en drie kwartier. Klinkt als langzaam, en dat was het ook. Ik moet me echt dwingen om onder mijn comfortabele tempo te lopen, en dat valt voor een druistig jongmens als ik niet mee.

Toch wel opmerkelijk: ik loop nu elke week wel een duurloop van 20 kilometer of meer. Waar een paar maanden geleden de halve marathon nog de ultieme beproeving was is het nu een afstand geworden die met schijnbaar groot gemak wordt gelopen én verteerd. Maar ja, je moet wel wil je die 42 kilometer ooit overbruggen.

In een volgende blogpost zal ik wat meer aandacht besteden aan datgene wat ik inmiddels aan trainingsarbeid verzet om eind mei mijn doel te bereiken. Ik zal daarbij ook minutieus uit de doeken doen hoe de strategieën omtrent onder andere gewichtsafname, duur- en uithoudingsvermogen en niet te vergeten doping zijn omgezet in keiharde actie.

Voor nu echter gaan we terug naar Weduwe van Indië (dankjewel Tante Lien). De weersvoorspellingen voor het City-Pieâh-City-festijn waren niet om over naar huis te schrijven, to say the least. Het zou vooral een natte en koude aangelegenheid worden met een hinderlijk windje op de Scheveningse boulevard.

Toch leek het al op weg naar Den Haag warmer te zijn dan verwacht. Of in ieder geval: warmer aan te voelen dan verwacht. Ik had een drietal bovenlaagjes in gedachten maar ik besloot al snel dit tot een tweetal te beperken. Het eerste wat ik – aangekomen in het Business Paviljoen waar ik dankzij mijn werkgever toegang toe had – deed was mij van het onderste bovenlaagje ontdoen. Kunt U het nog volgen? Uiteraard had ik wèl lange tights aan: mijn ondergrens voor het kortere werk ligt op 12 graden en dat was het stomweg niet.

Het strijdplan voor deze halve marathon was simpel: consolideren, niet forceren, gewoon een lekkere loop op techniek lopen. De supertijden van Egmond en Gouda (zie de vorige blogposts) hoefden niet per sé gehaald te worden. Als het maar lekker zou gaan, dan zou ik al dik tevreden zijn.

Het was behoorlijk behaaglijk daar in die Businesstent, dus kwam ik pas kort voor de start uit dat warme holletje gekropen. Het lot (lees: mijn werkgever) had ervoor gezorgd dat ik in de derde en laatste startgolf zou starten. Lang wachten dus, nooit lekker als het zo fris is. Ik had weer een stemmig Komo-jasje aan waarin ik ’s-ochtends behendig de hoofd- en armopeningen had geknipt.

Om 14:50 uur, 20 minuten na de elitegroep vol met dartele en razendsnelle Kenianen mocht ik dan eindelijk ook beginnen aan mijn CPC Halve Marathon. Ik had mij geschaard in een groepje rondom de haas voor precies 2 uur. Lekker relaxed starten dus, en daarna wel zien wat er mogelijk was. Na ongeveer anderhalve kilometer daagde het mij al dat dit tempo wel héél behoudend was. We waren inmiddels de immens drukke Javastraat ingeperst, een gedeelte van het parcours dat mij nooit zo kan bekoren. Ik haalde even diep adem en verwijderde mij van het groepje onder dankzegging aan de pacemaker.

Al snel had ik aansluiting bij een klein groepje waaronder een oud-collega bij het ministerie van EZ. Het tempo dat daar gevoerd werd (van bijna 11km per uur) lag mij uitstekend, en ik voelde dat ik dat wel lang zou kunnen volhouden. Dit resulteerde in splits van 27:40 (na 5km) en 55:04 (na 10km). Iets langzamer dan 4 weken geleden in Gouda, maar ja toen moest daar die gruwelijke tegenwind nog komen…

Na 10 kilometer voelde ik mij zo sterk dat ik ook dit groepje voor gezien hield. Ik kon gewoon mijn eigen koers maken, mijn eigen snelheid genereren los van de mensen in mijn onmiddellijke nabijheid. Het zonnetje scheen inmiddels lekker, en er had zich een licht euforisch gevoel van mij meester gemaakt. Dit ging een goeie worden! Zonder nou echt al te veel te versnellen buffelde ik lekker door richting de 15 kilometer, een afstand die in 1:22:40 werd overbrugd. Weer zo lekker vlak. De Scheveningse Boulevard lag klaar om bedwongen te worden!

Aan de kust stond een lekker windje op de kop, maar die verhield zich niet tot de stormen die de Halve van Egmond en Die van Gouda hadden geteisterd. Zelfs het vals plat tussen kilometer 15 en 16 was prima te verteren als je maar de pasfrequentie aanpaste en lekker op techniek bleef doorlopen. Ik kon daar veel mensen inhalen, iets wat eigenlijk tot aan de finish het geval bleef.

De laatste 5 kilometer gingen eigenlijk weer lichtjes omlaag richting het Malieveld. En daar kon ik mijn snelheid uitstekend vasthouden. Lekker! Dat was nou uitgerekend datgene wat mij de vorige twee edities van deze loop helemaal niet lukte en waarbij ik het laatste half uur op mijn tandvlees moest lopen.

Big smile vlak voor de finish

Nu ging het allemaal prima dus. En zo draaide ik uiteindelijk vlak na het passeren van het Provinciehuis het laatste rechte end naar de finish op. En daar was zowaar nog een versnellinkje uit de hoge hoed te toveren. Met een netto tijd van 1:55:26 daverde ik over de eindstreep, een niet verwachte maar uiteraard zeer welkome tijd.

Binnen de kortste keren was ik hersteld en liep ik gezellig keuvelend naast mijn oud-collega (die een minuut later was gefinisht) weer richting Business Paviljoen waar het nog lang onrustig bleef, naar ik veronderstel. Maar toen was ik allang weer thuis en onder de zorgzame hoede van mijn lief!

Groet, Peitâh

Gepost op Looptijden.nl door Peter de Haan op maandag 7 maart 2016 22:26

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.